Paniekaanval en paniekstoornis

Anja de Bruijn, een 20-jarige vrouwelijke militair, meldt zich in een militair ziekenhuis met klachten als ‘het gevoel alsof mijn hart bonst’ en ‘het gevoel dat ik buiten adem ben’. Ze trilt en is extreem bang dat er iets mis is met haar lichaam. Ze merkt op dat ze nog nooit ‘ner­vo­si­teits­pro­ble­men’ heeft gehad. De arts verricht lichamelijk en la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek en vertelt haar dan dat ze lichamelijk in orde is. Anja woont in een kazerne en ze heeft recent gehoord dat ze naar het buitenland wordt uitgezonden. Ze heeft niet eerder deelgenomen aan een militaire missie en is nooit blootgesteld geweest aan psy­cho­trau­ma­ti­sche ervaringen. De klachten overvielen haar vrij plotseling, en tot haar grote verbazing tijdens haar werk. Ze vertelt dat ze niet begrijpt hoe dit met haar kon gebeuren, aangezien ze zo vlak na het afronden van haar militaire training uitstekend in vorm is. Ze heeft nooit eerder angstproblemen gehad en beschouwt zichzelf over het algemeen niet als een relatief angstig persoon. Ze gebruikt geen alcohol of andere middelen en neemt geen medicijnen die angst kunnen veroorzaken. Ze zegt desgevraagd dat ze geen gedachten heeft aan, of intenties en/of plannen heeft om zichzelf of iemand anders van het leven te beroven.

Jongvolwassenen met paniekaanvallen kunnen zich soms bij de spoedeisende hulp melden met de zorg dat ze aan een acuut somatisch probleem lijden. Deze interpretatie van acute en extreme angst als een lichamelijke klacht is een bekend beeld van paniekaanvallen bij een overigens gezond persoon. Toch moet een somatische aandoening worden uitgesloten. Nadat somatische aandoeningen zijn uitgesloten en de patiënt aan de criteria voor paniekaanvallen blijkt te voldoen, moeten psychiatrische stoornissen worden overwogen die kunnen samengaan met paniekaanvallen. De paniekstoornis is zoals te verwachten een van deze aandoeningen, maar andere mogelijkheden dienen ook te worden overwogen. Als Anja de Bruijn in een later stadium de classificatie paniekstoornis toegekend krijgt, past dit eerste beeld bij die classificatie, namelijk dat de paniekaanvallen zijn begonnen toen zij begin twintig was en dat de klachten onverwachts zijn opgetreden. Vrouwen hebben een grotere kans op een paniekstoornis. Als Anja inderdaad een paniekstoornis heeft, moet haar reactie op en acceptatie van deze stoornis worden besproken in de context van de militaire cultuur waarin ze leeft. Verwijzing naar een psychiater moet worden overwogen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.