Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Vraag een patiënt die rapporteert dat hij of zij ‘angstig’ of ‘zenuwachtig’ is om zijn of haar exacte ervaringen te beschrijven, inclusief lichamelijke sensaties, gedachten, gevoelens en gedrag.

Probeer het tijdsverloop van de symptomen duidelijk te krijgen: hoe snel beginnen ze, bereiken ze hun piek en nemen dan af?

Vraag hoe vaak de paniekaanvallen optreden.

Onderzoek of de paniekaanvallen zonder waarschuwing of aanleiding optreden.

Beoordeel of de persoon in kwestie andere vormen van angst heeft, zoals bezorgdheid over het krijgen van een nieuwe paniekaanval.

Ga na of de persoon in kwestie gedrag (bijvoorbeeld bepaalde plaatsen vermijden) heeft ontwikkeld om paniekaanvallen te voorkomen. Als dat zo is, vraag dan hoelang de patiënt dit al doet.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.