Encopresis
De 10-jarige Max wordt door de kindergastro-enteroloog verwezen. Hij heeft een voorgeschiedenis van fecale lekkage (‘remsporen’) in zijn ondergoed. De specialist heeft alle somatische oorzaken hiervan uitgesloten. Momenteel scheidt Max ongeveer twee keer per week grote, harde ontlasting uit; dit gebeurt het vaakst ’s middags na een dag op school. Verder heeft hij veelvuldig last van overloopincontinentie en ‘remsporen’ in zijn ondergoed. Hij vertelt dat hij wordt gepest omdat hij ‘stinkt’ en dat hij heeft geprobeerd om van school thuis te blijven uit angst dat hij zich op school of aan het einde van de schooldag bevuilt. Max werd op een normale leeftijd zindelijk: op de leeftijd van 2,5 jaar was hij ’s nachts zindelijk voor ontlasting, en op de leeftijd van 3 jaar was hij overdag zindelijk voor ontlasting en urine. Hij heeft af en toe, ongeveer één keer per week, enuresis nocturna. Na een aanval van ernstige buikgriep heeft Max zijn voedselinname aanzienlijk beperkt en heeft hij vervolgens obstipatie ontwikkeld. Max’ moeder probeert om zijn stoelgang regelmatig te houden met behulp van laxeermiddelen en een speciaal dieet (bijvoorbeeld met veel vezels). Maar zij denkt dat hij zijn uitwerpselen opzettelijk binnenhoudt, aangezien hij zijn sluitspier voortdurend aanspant en op zijn tenen loopt. Ze merkt op dat hij zich er soms niet van bewust is dat hij het toilet moet gebruiken, en dat hij regelmatig ontkent dat hij aandrang heeft, ondanks het feit dat zij hem meerdere keren vraagt of hij niet naar het toilet moet. Max meldt dat hij vaak niet de noodzaak voelt ‘om te gaan’, totdat hij een intense drang of fecale overloop ervaart. Volgens de somatische onderzoeken die zijn gedaan is een lichamelijke oorzaak uitgesloten, maar Max blijft grote volumes feces vasthouden, wat duidelijk voelbaar is bij onderzoek van de buik, en hij produceert slechts twee keer per week ontlasting. Zijn ouders hebben het gezinsdieet veranderd door regelmatig vezelrijk voedsel te eten en voedingssupplementen te nemen, maar ze geven toe dat ze hierin niet consistent zijn en dat Max zich verzet tegen de toegenomen groenteconsumptie. Zij hebben wel altijd vermeden om hem van opzet te beschuldigen, of om deze problemen met Max te bespreken, en verwachten van hem dat hij na een ongelukje zijn ontlasting in het toilet deponeert en zijn vuile ondergoed in een plastic tas in het wasmachinehok legt. Max wordt door zijn ouders en leerkrachten beschreven als een verlegen, ietwat teruggetrokken jongen, die zijn leeftijdsgenoten links laat liggen en een voorgeschiedenis heeft van thuisblijven van school, vanwege zijn gastro-intestinale klachten. Zijn moeder vertelt dat hij toen hij jonger was separatieangst heeft gehad, maar die is verdwenen toen hij naar de basisschool ging. Hij heeft geen voorgeschiedenis van disruptief of agressief gedrag.
Max’ presentatie is vrij gebruikelijk, met een voorgeschiedenis van een normale stoelgang, gevolgd door complicaties als gevolg van obstipatie. Dat Max eerder zindelijk is geweest voor ontlasting is belangrijk, omdat daaruit blijkt dat de huidige symptomen het gevolg zijn van obstipatie en de versterkende effecten van het ophouden van ontlasting: dit kan immers leiden tot fecale impactie en een angst voor het uitscheiden van grotere, meer pijnlijke uitwerpselen. De classificatie encopresis wordt gerechtvaardigd door de frequentie van het niet op het toilet defeceren (meer dan één keer per maand), in combinatie met het feit dat Max al op jongere leeftijd een normale stoelgang had, en somatische oorzaken voor zijn problemen zijn uitgesloten. Uit de onderzoeken zijn geen anatomische, metabole, endocriene of neurologische afwijkingen gebleken, en Max neemt geen medicijnen die kunnen leiden tot fecesincontinentie. Max’ voorgeschiedenis van verlegenheid, separatieangst, somatische klachten en onwil om naar school te gaan duiden op een hoger niveau van internaliserende symptomen, en van aandacht voor lichamelijke klachten, hetgeen zijn angst voor het passeren van pijnlijke ontlasting erger maakt. Problemen in de ontwikkeling of in het gezin bij het handhaven van een vezelrijk dieet en consequente routines rond toiletbezoek belemmeren vaak de inspanningen om een meer normale stoelgang te bereiken en dit is waarschijnlijk ook van toepassing op Max en zijn familie.
Een consult met zijn gastro-enteroloog is aanbevolen om vast te stellen of zijn huidige obstipatie met laxeermiddelen kan worden behandeld, of dat het gebruik van een klysma gerechtvaardigd is voor een grondiger verwijdering van de ontlasting. Ook is het nuttig om de mate van verwijding van het rectum te beoordelen, om vast te stellen of een meer actieve behandeling, zoals het gebruik van anale biofeedback, Max zou kunnen helpen om zichzelf eraan te herinneren dat hij zich moet ontlasten. Het is belangrijk om te onderzoeken of het kind in kwestie mishandeld wordt, hoewel niet vergeten moet worden dat de meeste kinderen met incontinentie niet misbruikt zijn.