Stoornissen in de zindelijkheid

  • Mijn dochter plast nog steeds in bed.
  • Mijn zoon poept op school in zijn broek.

Stoornissen in de zindelijkheid manifesteren zich meestal in de vroege kindertijd en gaan vaak gepaard met grote lijdensdruk en frustraties bij het kind en het gezin. Over deze stoornissen maken ouders zich vaak zorgen, maar ze rapporteren deze klachten meestal niet omdat ze niet denken dat er iets aan kan worden gedaan.

Enuresis, gewoonlijk aangeduid als incontinentie, of broek- of bedplassen, is ongecontroleerd urineverlies dat op een latere leeftijd optreedt dan kinderen in het algemeen zindelijk worden voor urine. De symptomen kunnen primair zijn, wat betekent dat de zin­de­lijk­heids­trai­ning bij een kind van 5 jaar of ouder (of een gelijkwaardig ont­wik­ke­lings­ni­veau) niet succesvol is geweest; of secundair, wat inhoudt dat er nieuwe episoden zijn van urine-incontinentie nadat een kind een periode van zes maanden volledig zindelijk is geweest. Urine-incontinentie kan aanhoudend zijn of periodiek voorkomen, en uitsluitend ’s nachts, of ook overdag, optreden.

Encopresis is vrijwillige of onvrijwillige fecale incontinentie bij een kind dat eerder zindelijk voor ontlasting was (of van wie dat kan worden verwacht). Net zoals bij enuresis kan de classificatie encopresis pas toegekend worden na de leeftijd waarop zindelijkheid voor ontlasting verwacht mag worden; bij zich normaal ontwikkelende kinderen is dat op de leeftijd van 4 jaar. Encopresis kan net zoals enuresis primair zijn (onsuccesvolle zin­de­lijk­heids­trai­ning) of secundair (ontstaan na een periode van zindelijkheid). Een kind is doorgaans op jongere leeftijd zindelijk voor ontlasting dan voor urine, en de classificatie wordt vaak na de leeftijd van 4 jaar toegekend.

Beide stoornissen bestaan uit een complexe wisselwerking tussen biologische en psychologische factoren. Anatomische afwijkingen en fysiologische factoren, zoals chronische obstipatie, blaasdisfunctie, diabetes (mellitus of insipidus), verminderde motiliteit van het colon (zoals de ziekte van Hirschsprung) en infecties van de urinewegen, moeten in de differentiële diagnostiek worden overwogen. Bij gevallen waarbij er geen duidelijke anatomische of fysiologische pathologie te vinden is, dienen psychologische factoren als stress, kin­der­mis­han­de­ling, depressiviteit en angst te worden overwogen. De symptomen kunnen extreme lijdensdruk veroorzaken bij het kind in kwestie, dat mogelijk wordt geplaagd of gepest als leef­tijds­ge­no­ten of broers en zussen kennis krijgen van het probleem. Kinderen met stoornissen in de zindelijkheid willen vaak niet meedoen aan sociale activiteiten in de avond en nacht, zoals lo­geer­par­tij­tjes, uit angst een ‘ongelukje’ te krijgen terwijl er andere kinderen in de buurt zijn.

De clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor encopresis en enuresis zijn in de DSM-5 onveranderd gebleven ten opzichte van de DSM-IV. De belangrijkste verandering is dat beide classificaties voorheen geplaatst waren in het DSM-IV-hoofdstuk ‘Stoornissen die meestal voor het eerst op zui­ge­lin­gen­leef­tijd, kinderleeftijd of in de adolescentie ge­di­a­gnos­ti­ceerd worden’, terwijl ze nu deel uitmaken van het hoofdstuk ‘Stoornissen in de zindelijkheid’. Daarnaast zijn de classificaties andere gespecificeerde stoornis in de zindelijkheid en on­ge­spe­ci­fi­ceer­de stoornis in de zindelijkheid toegevoegd aan dit hoofdstuk, voor het geval iemand symptomen heeft die kenmerkend zijn voor een stoornis in de zindelijkheid en die een significante lijdensdruk veroorzaken, maar die niet volledig voldoen aan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor encopresis en enuresis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.