Omdat de sociale (pragmatische) communicatie afhangt van een goed verlopende ontwikkeling van spraak en taal, wordt de classificatie sociale (pragmatische) ontwikkelingsstoornis zelden toegekend aan kinderen die jonger zijn dan 4 jaar. Rond het 4de of 5de levensjaar zouden de meeste kinderen over voldoende spraak- en taalvaardigheden moeten beschikken om specifieke beperkingen in de sociale communicatie te kunnen vaststellen. Lichtere vormen van de stoornis kunnen pas blijken als het kind in de vroege adolescentie is, wanneer taal en sociale interacties complexer worden.
De prognose van de sociale (pragmatische) communicatiestoornis loopt uiteen, waarbij sommige kinderen na verloop van tijd aanzienlijk verbeteren, terwijl andere tot in de volwassenheid last houden van de problemen. Zelfs onder degenen die aanzienlijk verbeteren, kunnen de eerdere beperkingen in de pragmatische communicatie aanhoudende problemen veroorzaken in sociale relaties en gedrag, en ook in zwak functioneren in andere vaardigheden, zoals schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, begrijpend lezen en hardop lezen.