Sociale (pragmatische) communicatiestoornis
Social (pragmatic) communication disorder
F80.8
CLASSIFICATIECRITERIA
APersisterende moeite met het sociale gebruik van verbale en non-verbale communicatie, zoals blijkt uit alle volgende kenmerken:
1Deficiënties in het gebruik van communicatie voor sociale doeleinden, zoals groeten en informatie uitwisselen, op een manier die bij de sociale context past.
2Beperking van het vermogen om communicatie aan te passen aan de context of de behoeften van de luisteraar, bijvoorbeeld anders spreken in een klas dan op het speelplein, anders praten tegen een kind dan tegen een volwassene, en het vermijden van het gebruik van al te formele taal.
3Moeite met het volgen van regels voor gespreksvoering en het vertellen van verhalen, zoals beurtelings praten, herformuleren bij een misverstand, en weten wanneer verbale en non-verbale signalen gebruikt moeten worden om de interactie te reguleren.
4Moeite met begrijpen van wat niet expliciet is gezegd (bijvoorbeeld conclusies trekken) en van de niet-letterlijke of ambigue betekenissen van taal (bijvoorbeeld idioom, humor, metaforen, verschillende betekenissen die afhangen van de context).
BDe deficiënties leiden tot functionele beperkingen in de effectieve communicatie, sociale participatie, sociale relaties, schoolresultaten of werkprestaties, elk afzonderlijk of in combinatie.
CHet begin van de symptomen ligt in de vroege ontwikkelingsperiode (maar de deficiënties kunnen pas goed duidelijk worden als de eisen van de sociale communicatie de beperkte vermogens te boven gaan).
DDe symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening of aan geringe vaardigheden op het gebied van woordstructuur en grammatica, en kunnen niet beter worden verklaard door een autismespectrumstoornis, een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking), een globale ontwikkelingsachterstand of een andere psychische stoornis.