Onderscheid met com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis­sen
Kent algehele beperkingen in het intellectuele functioneren en niet slechts taalbeperkingen. Een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis kan ook worden toegekend wanneer de taalproblemen ernstiger zijn dan taalproblemen die doorgaans bij een verstandelijke beperking worden gezien.
Kunnen worden toegeschreven aan een gehoorafwijking, een neurologische stoornis, een motorische stoornis of een anatomische beperking en zijn niet ernstiger dan wat gezien de zintuiglijke beperking of motorische spraakstoornis kan worden verwacht. Een classificatie van een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis kan worden toegekend als de com­mu­ni­ca­tie­pro­ble­men ernstiger zijn dan de com­mu­ni­ca­tie­pro­ble­men die doorgaans bij deze afwijkingen en stoornissen worden gezien.
Heeft als kenmerk niet spreken in sommige situaties (bijvoorbeeld op school, bij vreemden), terwijl het kind wel normaal spreekt in ‘veilige’ situaties (bijvoorbeeld thuis). Bij een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis zijn de com­mu­ni­ca­tie­pro­ble­men consistent in alle situaties aanwezig. Sommige kinderen die een com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis hebben, ontwikkelen selectief mutisme doordat zij zich voor hun spraakstoornis schamen.
Heeft als kenmerk vocale tics en herhaalde vocalisaties die anders van aard zijn en een andere timing hebben dan de repetitieve klanken van de stoornis in de spraak­vloei­end­heid ontstaan in de kindertijd (ont­wik­ke­lings­stot­te­ren), die wordt gekenmerkt door het afbreken van woorden (pauzes binnen een woord) en hoorbaar of stil blokkeren (opgevulde of niet-opgevulde pauzes tijdens het spreken), vermijden van woorden (in plaats van een problematisch woord een ander woord gebruiken), woorden die met een bovenmatige lichamelijke spanning worden uitgesproken en een­let­ter­greep­her­ha­lin­gen (bijvoorbeeld: ‘i-i-i-i-in de wei’).
Heeft als kenmerk beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten naast de deficiënties in de sociale communicatie, terwijl dit kenmerk bij de sociale (pragmatische) com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis ontbreekt.
Heeft als kenmerk het niet toepassen van wel goed ontwikkelde sociaal-communicatieve vaardigheden, als gevolg van angst, vrees of extreme ongerustheid over de sociale interacties. Bij een sociale (pragmatische) com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis heeft iemand zich deze vaardigheden nooit eigen gemaakt.
Is passend bij de ont­wik­ke­lings­leef­tijd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.