De schattingen over de prevalentie van de ziekteangststoornis zijn gebaseerd op schattingen over de classificatie hypochondrie in de DSM-III en de DSM-IV en over angst over de gezondheid. Op grond van steekproeven uit de algemene populatie in hoge-inkomenslanden als de Verenigde Staten en Duitsland wordt de 1- tot 2-jaarsprevalentie van angst over de gezondheid en/of de overtuiging een ziekte te hebben geschat op 1,3 tot 10%. In de eerstelijns- en poliklinische medisch-specialistische populaties ligt de 6- tot 12-maandsprevalentie in verschillende landen tussen 2,2 en 8%, met een gewogen gemiddelde van 3%. Daarentegen rapporteerde ongeveer een vijfde van de deelnemers aan een onderzoek onder patiënten van gespecialiseerde klinieken symptomen van ziekteangst. De prevalentie van de stoornis is even hoog bij mannen als bij vrouwen.