F45.2
CLASSIFICATIECRITERIA
APreoccupatie met het hebben of krijgen van een ernstige ziekte.
Dit criterium is vergelijkbaar met DSM-IV-criterium A voor hypochondrie omdat beide zich richten op de zorg dat men een ernstige ziekte zou kunnen hebben. Het sleutelbegrip hier is een preoccupatie die ‘duidelijk excessief of disproportioneel’ is.
BLichamelijke klachten zijn niet aanwezig, of, als dit wel het geval is, slechts in lichte mate. Als er een somatische aandoening aanwezig is of een hoog risico om een somatische aandoening te ontwikkelen (zoals wanneer een ziekte veel in de familie voorkomt), is de preoccupatie duidelijk excessief of disproportioneel.
Dit criterium impliceert dat de somatische symptomen, indien aanwezig, relatief licht van ernst zijn. Dit is belangrijk omdat het hoofdkenmerk van deze stoornis niet de aanwezigheid van symptomen is, maar van gezondheidsgerelateerde angsten en preoccupaties.
CEr is een hoge mate van angst over de gezondheid, en de betrokkene is snel verontrust over de eigen gezondheidstoestand.
Veel mensen denken zelden na over hun gezondheid. Iemand wiens angst en verontrusting aan dit criterium voldoen is echter hypervigilant over zijn of haar gezondheid. Deze mensen hebben de neiging om veelvuldig hun lichaam te controleren, en het belang van elk(e) pijntje, huidverkleuring, verandering in de stoelgang of geluidje te overdrijven.
DDe betrokkene vertoont excessief gezondheidsgerelateerd gedrag (controleert bijvoorbeeld herhaaldelijk zijn of haar lichaam op tekenen van ziekte) of maladaptieve vermijding (vermijdt bijvoorbeeld doktersafspraken en ziekenhuizen).
Net als iemand met een obsessieve-compulsieve stoornis is iemand met ziekteangst voortdurend bezig met controlegedrag (bijvoorbeeld om zich ervan te vergewissen dat er geen tumoren of zwellingen aanwezig zijn), of gaat hij of zij met deze gevoelens om door vermijdingsgedrag te vertonen.
EDe preoccupatie met ziekte is minstens zes maanden aanwezig, maar de specifieke ziekte die wordt gevreesd, kan in die periode veranderen.
De preoccupatie met ziekte moet minstens zes maanden duren, maar de specifieke ziekte die wordt gevreesd kan in die periode veranderen. In de meeste gevallen zal de clinicus bemerken dat de preoccupatie chronisch is en al maanden of jaren bestaat.
FDe ziektegerelateerde preoccupatie kan niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, zoals een somatisch-symptoomstoornis, een paniekstoornis, een gegeneraliseerde-angststoornis, een morfodysfore stoornis, een obsessieve-compulsieve stoornis, of een waanstoornis, somatische type.
Omdat sommige psychische stoornissen kunnen samenhangen met een overmatige bezorgdheid over de gezondheid, moeten deze andere psychische stoornissen en somatische aandoeningen worden uitgesloten als oorzaak van de stoornis. Mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis hebben andere symptomen (bijvoorbeeld wassen, tellen of verzamelen). Mensen met een paniekstoornis kunnen zich zorgen maken over het krijgen van een hartaanval, maar deze bezorgdheid komt voor in het kader van een paniekaanval.
→Specificeer of:
Zorgzoekende type Er wordt veel gebruikgemaakt van somatische zorg, in de vorm van artsenbezoeken, of het ondergaan van tests en onderzoeken.
Zorgmijdende type Er wordt zelden een beroep gedaan op somatische zorg.
De subtypen stellen de clinicus in staat om te bepalen of de betrokkene zorgzoekend of zorgmijdend is.