Normale ongerustheid over een somatische aandoening
Ongerustheid en lijdensdruk over de somatische aandoening is in overeenstemming met de ernst van de aandoening. Een comorbide classificatie ziekteangststoornis is alleen op zijn plaats wanneer de gezondheidsgerelateerde angst en ongerustheid over ziekte duidelijk disproportioneel zijn ten opzichte van de somatische aandoening. Bij voorbijgaande preoccupaties met een somatische aandoening is de classificatie ziekteangststoornis doorgaans niet gerechtvaardigd.
Somatisch-symptoomstoornis
Heeft als kenmerk de aanwezigheid van significante lichamelijke klachten. Mensen met een ziekteangststoornis hebben daarentegen geen of alleen minimale lichamelijke klachten en zijn vooral bezorgd door het idee dat zij een ernstige ziekte hebben.
Specifieke fobie over het oplopen van een ziekte
Heeft als kenmerk de angst om ziekten op te lopen en niet zozeer de vrees, zoals bij de ziekteangststoornis, dat men al ziek is.
Gegeneraliseerde-angststoornis
Heeft als kenmerk angst en ongerustheid over meerdere gebeurtenissen, situaties of activiteiten, waarvan er één de gezondheid kan zijn.
Paniekstoornis
Heeft als mogelijk kenmerk de angst of ongerustheid dat de aanvallen een signaal zijn voor de aanwezigheid van een ernstige somatische aandoening, zoals een hartziekte. Mensen met een paniekstoornis kunnen ook ziekteangst hebben, maar het is kenmerkend voor de paniekstoornis dat de angst zeer acuut en episodisch is. Bij de ziekteangststoornis zijn de angst en vrees over de gezondheid daarentegen meer chronisch en hardnekkig. Mensen met een ziekteangststoornis kunnen paniekaanvallen hebben die worden opgeroepen door hun bezorgdheid over ziekte.
Obsessieve-compulsieve stoornis
Heeft als mogelijk kenmerk intrusieve gedachten die gaan over de vrees in de toekomst een ziekte te krijgen; vaak zijn er bijkomende obsessies en compulsies die met andere onderwerpen te maken hebben. De intrusieve gedachten van mensen met een ziekteangststoornis gaan over het hebben van een ziekte en kunnen gepaard gaan met bijbehorend compulsief gedrag (bijvoorbeeld geruststelling zoeken).
Morfodysfore stoornis
Heeft als kenmerk zorgen die zich beperken tot het uiterlijk, dat volgens de betrokkene misvormingen of onvolkomenheden bevat.
Aanpassingsstoornis
Heeft als kenmerk duidelijke lijdensdruk of significante beperkingen in het functioneren die zich ontwikkelen als reactie op een psychosociale stressor (bijvoorbeeld een diagnose van een somatische aandoening) en tijdgebondenheid (persisteert bijvoorbeeld niet langer dan 6 maanden nadat de stressor is verdwenen). Voor de classificatie ziekteangststoornis is een voortdurend persisteren van de disproportionele angst over de gezondheid vereist die langer dan 6 maanden aanhoudt.
Depressieve stoornis
Heeft als mogelijke kenmerken rumineren over de gezondheid en bovenmatige ongerustheid over ziekte, naast de kenmerkende symptomen van een depressieve episode (bijvoorbeeld sombere stemming, verminderde interesse of plezier). Er wordt geen aparte classificatie ziekteangststoornis toegekend als deze ongerustheid alleen optreedt tijdens de depressieve episoden. De classificatie ziekteangststoornis dient echter wel te worden overwogen als de bovenmatige ongerustheid na een remissie van een episode van de depressieve stoornis persisteert.
Psychotische stoornis (bijvoorbeeld een waanstoornis)
Heeft als mogelijk kenmerk somatische wanen (bijvoorbeeld over een rottend of afgestorven orgaan) of wanen over het hebben van een ziekte. De ongerustheid bij mensen met een ziekteangststoornis heeft niet dezelfde onbuigzaamheid en intensiteit als die van mensen met somatische wanen bij een psychotische stoornis, en de betrokkene geeft mogelijk toe dat de gevreesde ziekte misschien niet aanwezig is.