Mensen met een ziek­te­angst­stoor­nis denken dat ze lichamelijk ziek zijn, en worden dan ook veel vaker gezien binnen de algemene gezondheidszorg dan in de ggz. De meerderheid van de mensen met een ziek­te­angst­stoor­nis maakt op uitgebreide schaal gebruik van somatische zorg, maar is hierover niet tevreden. Vergeleken met de bevolking als geheel maken mensen met deze stoornis over het algemeen meer gebruik van de somatische en geestelijke gezondheidszorg. In een minderheid van de gevallen van de ziek­te­angst­stoor­nis zijn mensen te angstig om medische hulp te zoeken en daardoor vermijden ze de gezondheidszorg. Ze consulteren vaak meerdere artsen voor hetzelfde probleem en krijgen herhaaldelijk negatieve diagnostische testresultaten. Soms leidt aandacht van een arts tot een paradoxale verergering van de angst of tot iatrogene complicaties van diagnostische tests en onderzoeken. Mensen met deze stoornis zijn over het algemeen ontevreden over de somatische zorg die ze krijgen en vinden dat ze hier niet door worden geholpen. Ze hebben vaak het gevoel dat ze niet serieus worden genomen door artsen. Het kan voorkomen dat deze zorgen gerechtvaardigd zijn, aangezien artsen soms onverschillig zijn of reageren met frustratie of vijandigheid. Die manier van reageren kan af en toe leiden tot het missen van een diagnose van een somatische aandoening die wel aanwezig is.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.