Mensen, zelfs kinderen, kunnen hun gedrag soms heel goed aanpassen aan hun beperkte taalvermogen. Het kan lijken of ze verlegen zijn, of zwijgzaam. Mensen met deze stoornis kunnen er de voorkeur aan geven om alleen met familieleden of andere vertrouwde personen te communiceren. Hoewel deze sociale aanwijzingen geen criterium vormen voor een taalstoornis, rechtvaardigen ze doorverwijzing voor een volledig onderzoek van het taalvermogen wanneer ze prominent en persisterend zijn.