De taalstoornis hangt sterk samen met andere ont­wik­ke­lings­stoor­nis­sen, in het bijzonder de specifieke leerstoornis (lezen en rekenen), de verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis, de aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis, de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis en de co­ör­di­na­tie­ont­wik­ke­lings­stoor­nis. De taalstoornis hangt ook samen met de sociale (pragmatische) com­mu­ni­ca­tie­stoor­nis. In klinische steekproeven kan de taalstoornis comorbide voorkomen met een spraak­klank­stoor­nis, maar gegevens uit een grote steekproef uit de algemene bevolking onder 6-jarigen in de Verenigde Staten wekken de indruk dat deze comorbiditeit zeldzaam is (1,3%). Er is vaak sprake van een positieve fa­mi­lie­ge­schie­de­nis van spraak of taalstoornissen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.