De essentiële kenmerken van de taalstoornis zijn problemen met het verwerven en gebruiken van taal door beperkingen in het begrijpen of produceren van woorden, grammatica, zinsstructuur en gesprekken. De taalproblemen blijken duidelijk uit de gesproken communicatie, geschreven communicatie of gebarentaal. Het leren en gebruiken van taal is afhankelijk van zowel receptieve als expressieve vaardigheden. Het expressieve vermogen is de productie van klanken, gebaren of verbale signalen; het receptieve vermogen is het proces van ontvangen en begrijpen van taal­bood­schap­pen. De taal­vaar­dig­he­den moeten zowel voor de expressieve als voor de receptieve modaliteiten onderzocht worden, omdat deze in ernst kunnen verschillen.

De taalstoornis heeft meestal gevolgen voor de woordenschat en de grammatica, waardoor het vermogen tot het voeren van een gesprek beperkt wordt. De eerste woordjes en zinnetjes van het kind komen vaak later; de omvang van de woordenschat is kleiner en minder gevarieerd dan verwacht; zinnen zijn korter en minder complex, en bevatten grammaticale fouten, in het bijzonder in de verleden tijd. De problemen in het taalbegrip worden vaak onderschat, omdat kinderen de context kunnen gebruiken om er betekenis uit af te leiden. Er kan sprake zijn van woord­vin­dings­pro­ble­men, het niet goed kunnen definiëren van woorden, of een slecht begrip van synoniemen, meervoudige betekenissen of woordspelletjes die bij de leeftijd en cultuur passen. De problemen met het onthouden van nieuwe woorden en zinnen blijken doordat het kind moeite heeft met het opvolgen van steeds langere instructies, het lastig vindt om reeksen van verbale informatie te reproduceren (bijvoorbeeld een telefoonnummer of een bood­schap­pen­lijst­je onthouden), en moeite heeft om nieuwe klankreeksen te onthouden, een vaardigheid die belangrijk kan zijn voor het leren van nieuwe woorden. Problemen met de gespreksvoering blijken uit een verminderd vermogen om adequate informatie te geven over de belangrijkste gebeurtenissen en om een samenhangend verhaal te vertellen.

Het taalprobleem wordt zichtbaar doordat de taalvermogens substantieel en kwan­ti­fi­ceer­baar onder het niveau liggen dat gezien de leeftijd verwacht mag worden, en significant de school­re­sul­ta­ten, werkprestaties, effectieve communicatie of socialisatie belemmeren (criterium B). De taalstoornis wordt geclassificeerd op basis van de combinatie van de voor­ge­schie­de­nis, directe klinische observaties in verschillende situaties (bijvoorbeeld thuis, op school, op het werk) en scores van ge­stan­daar­di­seer­de tests van het taalvermogen, die gebruikt kunnen worden om de mate van ernst te schatten.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.