Normale variaties in de taal De taalstoornis moet onderscheiden worden van normale variaties in de ontwikkeling. Dit onderscheid is vóór het 4de levensjaar vaak lastig te maken. Bij onderzoek van taalproblemen moet rekening worden gehouden met regionale, sociale of culturele/etnische variaties in taalaspecten (zoals dialecten).

Gehoor- of andere zintuiglijke problemen Gehoorproblemen moeten uitgesloten worden als primaire oorzaak van de taalproblemen. De taalproblemen kunnen samenhangen met een gehoorprobleem, een andere zintuiglijke beperking, of een motorische spraakstoornis. Als de taalproblemen ernstiger zijn dan gewoonlijk bij dergelijke beperkingen gezien wordt, kan een taalstoornis worden geclassificeerd.

Verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis (verstandelijke beperking) Taalachterstand is vaak een kenmerk van een verstandelijke-ont­wik­ke­lings­stoor­nis. De classificatie mag echter pas definitief worden toegekend als het kind een ge­stan­daar­di­seerd onderzoek aankan. Taalstoornissen kunnen bij verschillende niveaus van het verstandelijke vermogen voorkomen, en voor de classificatie taalstoornis hoeft niet per se sprake te zijn van een discrepantie tussen de verbale en de non-verbale vermogens.

Au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis De au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis manifesteert zich vaak met een achterstand in de taal­ont­wik­ke­ling. Hoewel deze stoornis dikwijls samengaat met gedrag dat bij taalstoornissen niet aanwezig is, zoals een gebrek aan sociale interesses of ongewone sociale interacties (bijvoorbeeld iemand aan de hand meetrekken zonder die aan te kijken), vreemde spelpatronen (zoals speelgoed met zich mee dragen zonder ermee te spelen), ongewone com­mu­ni­ca­tie­pa­tro­nen (bijvoorbeeld wel het alfabet kennen maar niet op de eigen naam reageren), en rigide vasthouden aan routines en repetitief gedrag (zoals fladderen, draaien, echolalie).

Neurologische stoornissen De taalstoornis kan samen met neurologische stoornissen verworven worden, waaronder epilepsie (bijvoorbeeld verworven afasie of het syndroom van Landau-Kleffner).

Taalregressie Een achteruitgang in het spraak- en taalvermogen bij een kind op elke leeftijd rechtvaardigt een grondig onderzoek om vast te stellen of er sprake is van een specifieke neurologische aandoening, zoals het syndroom van Landau-Kleffner. Taal­ach­ter­uit­gang kan een symptoom zijn van convulsies en er is onderzoek nodig om epilepsie uit te sluiten (bijvoorbeeld een standaard- en een slaapeeg). Bij de meeste kinderen met een au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis wordt in de eerste twee levensjaren duidelijk dat het sociale en communicatieve gedrag achterblijft, wat zou moeten wijzen op de noodzaak voor een onderzoek naar de au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.