Depressieve stoornis De classificatie persisterende depressieve stoornis wordt toegekend als er gedurende minimaal twee jaar sprake is van een verlaagde stemming die meer dagen wel dan niet aanhoudt, en als er twee of meer symptomen uit criterium B van de persisterende depressieve stoornis aanwezig zijn. Als er op enig moment in deze periode aan voldoende criteria is voldaan om een depressieve episode vast te stellen, moet de aanvullende classificatie depressieve stoornis worden toegekend. Wanneer tijdens deze periode sprake is geweest van comorbide depressieve episoden, moet dit ook worden vastgelegd door aan de classificatie persisterende depressieve stoornis als volgt de juiste specificatie van het beloop toe te kennen. Als de symptomen van de betrokkene op dit moment volledig aan de criteria voor een depressieve episode voldoen, en er in de voorgaande periode van minimaal twee jaar een of meer episoden zijn geweest van minstens acht weken met symptomen onder de drempelwaarde voor een volledige depressieve episode, dan dient de specificatie ‘met periodieke depressieve episoden, met actuele episode’ te worden toegevoegd. Als momenteel niet volledig aan de criteria voor een depressieve episode wordt voldaan, maar er in de voorgaande periode van minimaal twee jaar een of meer depressieve episoden zijn geweest, dan wordt de specificatie ‘met periodieke depressieve episoden, zonder actuele episode’ toegevoegd. Wanneer de depressieve episode al minstens twee jaar voortduurt en aanwezig blijft, kan de specificatie ‘met persisterende depressieve episode’ worden toegevoegd. Wanneer de betrokkene in de afgelopen twee jaar geen depressieve episode heeft doorgemaakt, wordt de specificatie ‘met zuiver dysthym syndroom’ toegevoegd.

Andere gespecificeerde depressieve-stem­mings­stoor­nis Aangezien de criteria voor een depressieve episode symptomen omvatten (zoals duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in activiteiten; psy­cho­mo­to­ri­sche agitatie of vertraging; terugkerende gedachten aan de dood, su­ï­ci­de­ge­dach­ten, -pogingen of -plannen) die niet voorkomen in de symptomenlijst voor de persisterende depressieve stoornis (namelijk een verlaagde stemming en twee van de zes symptomen in criterium B), zal een beperkt aantal betrokkenen depressieve symptomen hebben die langer dan twee jaar duren, maar die niet voldoen aan de criteria voor de persisterende depressieve stoornis. Als op enig moment tijdens de actuele episode van de stoornis volledig aan de criteria voor een depressieve episode wordt voldaan, is de classificatie depressieve stoornis van toepassing. Zo niet, dan moet een van de classificaties andere gespecificeerde depressieve-stem­mings­stoor­nis of on­ge­spe­ci­fi­ceer­de depressieve-stem­mings­stoor­nis worden toegekend.

Bipolaire-I-stoornis en bipolaire-II-stoornis Een voor­ge­schie­de­nis met een manische of hypomanische episode sluit de classificatie persisterende depressieve stoornis uit. Een voor­ge­schie­de­nis met manische episoden (met of zonder hypomanische episoden) duidt op de classificatie bipolaire-I-stoornis. Een voor­ge­schie­de­nis met hypomanische episoden (bij iemand zonder voor­ge­schie­de­nis van manische episoden maar wel met aanhoudende depressiviteit waarbij aan de criteria voor een depressieve episode is voldaan) rechtvaardigt de classificatie bipolaire-II-stoornis. De classificatie andere gespecificeerde bipolaire-stem­mings­stoor­nis is van toepassing op personen met een voor­ge­schie­de­nis van hypomanische episoden en een beeld van aanhoudende depressiviteit waarbij nooit volledig aan de criteria voor een depressieve episode is voldaan.

Cyclothyme stoornis De classificatie cyclothyme stoornis sluit de classificatie persisterende depressieve stoornis uit. In plaats van een persisterende depressieve stoornis moet dus de classificatie cyclothyme stoornis worden toegekend wanneer er tijdens een periode van minstens twee jaar sprake is van een verlaagde stemming gedurende het grootste deel van de dag, meer dagen wel dan niet, en (1) er talrijke perioden zijn geweest met hypomanische symptomen die niet voldoen aan de criteria voor een hypomanische episode, (2) er geen symptoomvrije perioden zijn geweest die langer dan twee maanden hebben geduurd, en (3) er nooit aan de criteria is voldaan voor een depressieve, manische of hypomanische episode.

Psychotische stoornissen Depressieve symptomen komen veel voor bij chronische psychotische stoornissen (zoals de schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis, schizofrenie of de waanstoornis). Er wordt geen aparte classificatie persisterende depressieve stoornis toegekend wanneer de symptomen zich alleen in het beloop van een psychotische stoornis (inclusief de restfasen) voordoen.

Depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening De persisterende depressieve stoornis moet worden onderscheiden van een depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een somatische aandoening. De classificatie depressieve, bipolaire of verwante stoornis door een somatische aandoening wordt toegekend wanneer de clinicus op basis van anamnese, lichamelijk onderzoek en la­bo­ra­to­ri­um­uit­sla­gen van oordeel is dat de verstoring van de stemming kan worden toegeschreven aan de directe pa­tho­fy­si­o­lo­gi­sche effecten van een specifieke, vaak chronische, somatische aandoening (bijvoorbeeld multiple sclerose). Indien wordt vastgesteld dat de depressieve symptomen niet zijn toe te schrijven aan de fysiologische effecten van een somatische aandoening, wordt de hoofd­clas­si­fi­ca­tie (in dit geval een persisterende depressieve stoornis) geregistreerd en wordt de somatische aandoening genoteerd als comorbide somatische aandoening (bijvoorbeeld diabetes mellitus).

Depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie Een depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis door een middel/medicatie wordt onderscheiden van de persisterende depressieve stoornis wanneer men van oordeel is dat er een etiologisch verband bestaat tussen een middel (zoals een drug, medicatie of toxine) en de verstoring van de stemming.

Per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen Een per­soon­lijk­heids­stoor­nis wordt gekenmerkt door een blijvend patroon van innerlijke ervaringen en gedrag dat duidelijk afwijkt van de verwachtingen binnen de cultuur van de betrokkene, en dat zich in de adolescentie of vroege volwassenheid heeft ontwikkeld. Per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen gaan vaak samen met een persisterende depressieve stoornis. Als gelijktijdig aan de criteria voor de persisterende depressieve stoornis en een per­soon­lijk­heids­stoor­nis wordt voldaan, kunnen beide worden geclassificeerd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.