Temperament Factoren die een slechter langetermijnresultaat voorspellen, zijn onder andere een hogere mate van negatieve affectiviteit (neuroticisme), een grotere ernst van de klacht, een lager niveau van het algemene functioneren en de aanwezigheid van een angststoornis of een normoverschrijdend-gedragsstoornis.
Omgeving Risicofactoren in de kindertijd zijn verlies van een ouder, scheiding en tegenspoed op jonge leeftijd.
Genetica en fysiologie Er zijn geen duidelijke verschillen in ontwikkeling, beloop of familieanamnese tussen de DSM-IV-classificaties dysthyme stoornis en chronische depressieve stoornis. De eerdere bevindingen voor een van beide stoornissen zullen daarom waarschijnlijk ook van toepassing zijn op de persisterende depressieve stoornis. Het is dus aannemelijk dat mensen met een persisterende depressieve stoornis een hoger percentage eerstegraadsfamilieleden hebben met een depressieve-stemmingsstoornis dan mensen met een niet-chronische depressieve stoornis.
Een aantal hersengebieden (zoals de prefrontale cortex, de cortex cingularis anterior, de amygdala, de hippocampus) is betrokken bij de persisterende depressieve stoornis. Daarnaast zijn er mogelijk polysomnografische afwijkingen.