De persisterende depressieve stoornis kent doorgaans een vroeg en sluipend begin (in de kindertijd, de adolescentie of de jong­vol­was­sen­heid) en heeft per definitie een chronisch beloop. De borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis is een bijzonder krachtige risicofactor voor de persisterende depressieve stoornis. Als de persisterende depressieve stoornis en de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis allebei aanwezig zijn, doet de covariantie van de overeenkomstige kenmerken in de loop van de tijd vermoeden dat er sprake is van een gezamenlijk mechanisme. Een vroeg begin (voor de leeftijd van 21 jaar) hangt samen met een verhoogde kans op comorbide per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen en stoornissen in het gebruik van een middel.

Wanneer de symptomen toenemen tot het niveau van een depressieve episode, nemen zij meestal vervolgens weer af. De depressieve symptomen zijn echter veel minder geneigd volledig te verdwijnen binnen een gegeven periode wanneer ze optreden in de context van een persisterende depressieve stoornis dan wanneer ze zich voordoen in het kader van een niet-chronische depressieve episode.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.