Insomnia bij kinderen kan door een ouder of het kind worden vastgesteld. Vaak heeft het kind een slaapklacht die een duidelijke samenhang vertoont met het starten met medicatie, maar meldt het kind zelf geen symptomen. De ouders zien echter wel de slaapklachten. Sommige recreatieve drugs (bijvoorbeeld cannabis, xtc) worden vooral door adolescenten en jongvolwassenen gebruikt. Wanneer insomnia of een andere slaapstoornis bij deze leeftijdsgroep voorkomt, moet de clinicus bij de anamnese zorgvuldig onderzoeken of de slaapklacht toe te schrijven is aan een van deze middelen. Jongeren van deze leeftijdsgroepen zullen zelden zelf hulp zoeken voor de slaapklacht, en daarom moet een aanvullende heteroanamnese worden opgenomen van een ouder, verzorger of docent. Oudere mensen gebruiken meer medicatie en hebben een grotere kans op een door een middel/medicatie veroorzaakte slaapstoornis. Zij denken soms dat de slaapklacht onderdeel is van het normale proces van ouder worden en melden de symptomen niet. Mensen met een uitgebreide neurocognitieve stoornis (bijvoorbeeld dementie) hebben een kans op slaapstoornissen door een middel/medicatie maar melden de symptomen soms niet. Is dit het geval, dan is heteroanamnestische informatie van naasten of zorgverleners zeer belangrijk.