Intoxicatie door en onttrekkingssyndroom van een middel In de context van intoxicatie door een middel en de onttrekking van een middel, komen slaapklachten veelvuldig voor. De classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie moet alleen in plaats van een classificatie intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel worden toegekend als de slaapklacht in het klinische beeld op de voorgrond staat en ernstig genoeg is om afzonderlijke aandacht te rechtvaardigen.
Delirium Als de slaapklacht door een middel/medicatie alleen optreedt tijdens het beloop van een delirium, krijgt deze geen aparte classificatie.
Andere slaapstoornissen Een slaapstoornis door een middel/medicatie wordt van een andere slaapstoornis onderscheiden als geoordeeld wordt dat er een etiologisch verband bestaat tussen een middel/medicatie en de symptomen. Een slaapstoornis door een middel/medicatie die wordt toegeschreven aan een geneesmiddel voor een psychische stoornis of een somatische aandoening, moet beginnen wanneer de betrokkene het geneesmiddel krijgt, of juist wanneer deze met het geneesmiddel stopt als er sprake is van een onttrekkingssyndroom van het betreffende geneesmiddel. Als de behandeling is gestopt, zal de slaapklacht gewoonlijk binnen een paar dagen tot een paar weken afnemen. Als de symptomen langer dan vier weken aanhouden, moeten andere oorzaken voor de aan de slaapklacht gerelateerde symptomen worden overwogen. Niet zelden gebruiken mensen met een andere slaapstoornis medicatie of drugs als zelfmedicatie voor hun klachten (bijvoorbeeld alcohol tegen insomnia). Als over het (genees)middel wordt geoordeeld dat dit een belangrijke rol bij de exacerbatie van de slaapklacht speelt, is een bijkomende classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie gerechtvaardigd.
Slaapstoornis samenhangend met een somatische aandoening Slaapstoornissen door een middel/medicatie en slaapstoornissen bij een somatische aandoening (de insomniastoornis, hypersomnolentiestoornis en nachtmerriestoornis) veroorzaken soms dezelfde symptomen van respectievelijk insomnia, slaperigheid overdag of nachtmerries. Veel mensen met somatische aandoeningen die slaapklachten veroorzaken, worden behandeld met geneesmiddelen die ook slaapklachten kunnen veroorzaken. De chronologie van de symptomen is de belangrijkste factor bij het onderscheid tussen deze twee oorzaken van slaapklachten. Slaapproblemen bij iemand met een comorbide somatische aandoening, die overduidelijk voorafgaan aan het gebruik van een geneesmiddel voor de behandeling van die somatische aandoening, zijn een aanwijzing voor een insomniastoornis, hypersomnolentiestoornis of nachtmerriestoornis, waarbij de specificatie ‘met somatische aandoening’ moet worden gekozen en de naam van de aandoening moet worden vermeld. Omgekeerd geldt dat slaapklachten die alleen optreden nadat met een bepaald (genees)middel is begonnen, een aanwijzing zijn voor een slaapstoornis door een middel/medicatie. Als de slaapklacht een comorbide stoornis is bij een somatische aandoening en ook wordt verergerd door het gebruik van een middel, worden beide classificaties toegekend (namelijk: insomniastoornis, hypersomnolentiestoornis of nachtmerriestoornis met als specificatie ‘met somatische aandoening’, én slaapstoornis door een middel/medicatie). Wanneer er onvoldoende aanwijzingen zijn om te kunnen vaststellen of de slaapklacht moet worden toegeschreven aan een middel/medicatie of aan een somatische aandoening, of onafhankelijk aanwezig is (dus niet toe te schrijven is aan een middel/medicatie of een somatische aandoening), is de classificatie ongespecificeerde slaap-waakstoornis geëigend.