De meeste mensen met een subklinisch psychotisch syndroom hebben een comorbide psychische stoornis, meestal een depressieve-stemmingsstoornis (41%) en/of een angststoornis (15%). Iets meer dan de helft van de betrokkenen bleek bij follow-up minstens één comorbide stoornis te hebben, die meestal al aanwezig was toen zij voor het eerst werden onderzocht. De persistentie van comorbide stoornissen bij follow-up hangt samen met ongunstige klinische uitkomsten en gevolgen voor het functioneren. Hoewel sommige mensen bij wie de classificatie subklinisch psychotisch syndroom is toegekend uiteindelijk een nieuwe stoornis zullen ontwikkelen, bijvoorbeeld een angststoornis, een depressieve- of bipolaire-stemmingsstoornis of een persoonlijkheidsstoornis, hebben mensen met een subklinisch psychotisch syndroom in vergelijking met controlepersonen die in behandeling zijn voor een andere stoornis, geen verhoogd risico op het ontwikkelen van een nieuwe niet-psychotische stoornis.