Kortdurende psychotische stoornis Wanneer de subklinische symptomen van het subklinisch psychotisch syndroom zich in eerste instantie manifesteren, kunnen zij op een kortdurende psychotische stoornis lijken. Bij het subklinisch psychotisch syndroom komen de subklinische symptomen (wanen, hallucinaties of gedesorganiseerd spreken) echter niet boven de drempel voor een psychose.
Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis De schizotypische-persoonlijkheidsstoornis heeft, vooral tijdens de vroege stadia van de stoornis, symptoomkenmerken die overeenkomen met de symptomen van het subklinisch psychotisch syndroom. De schizotypische-persoonlijkheidsstoornis is echter een relatief stabiele persoonlijkheidsstoornis die niet voldoet aan het ‘toestandskenmerk’ (criterium C) van het subklinisch psychotisch syndroom. Daarnaast is er voor de classificatie schizotypische-persoonlijkheidsstoornis een breder patroon van symptomen vereist.
Vervormingen van de realiteit die bij andere psychische stoornissen optreden In de context van enkele andere psychische stoornissen kunnen ook vervormingen van de realiteit optreden die lijken op subklinische wanen. Voorbeelden zijn: een gering gevoel van eigenwaarde bij de betrokkene, of hij of zij verdenkt anderen ervan dat ze weinig respect hebben voor hem of haar, in de context van een depressieve stoornis; het gevoel het middelpunt te zijn van ongewenste aandacht in de context van een sociale-angststoornis; een verhoogd gevoel van eigenwaarde in de context van spreekdrang en een afgenomen behoefte aan slaap bij een bipolaire-I- of -II-stoornis; en het besef niet in staat te zijn om gevoelens te hebben in de context van een intense angst voor verlating (daadwerkelijk of denkbeeldig), en recidiverende zelfbeschadiging, bij een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Als een dergelijke vervorming van de realiteit alleen optreedt in het beloop van een andere psychische stoornis, wordt geen aanvullende classificatie subklinisch psychotisch syndroom toegekend.
Aanpassingsreactie in de adolescentie Lichte symptomen van tijdelijke aard die typerend zijn voor een normale ontwikkeling en die overeenkomen met de gradaties van stress, zijn niet kenmerkend voor het subklinisch psychotisch syndroom.
Het extreme uiterste van perceptuele afwijkingen en magisch denken dat voorkomt bij het niet-zieke deel van de bevolking Deze diagnostische mogelijkheid moet worden overwogen wanneer de vervormingen van de realiteit niet samengaan met lijdensdruk en beperkingen in het functioneren, en geen behandeling behoeven.
Psychotische stoornis door een middel/medicatie Subklinische wanen en hallucinaties kunnen ook optreden in de context van intoxicatie door cannabis, hallucinogenen, fencyclidine, inhalantia en stimulantia, of tijdens de onttrekking van alcohol en hypnotica of anxiolytica. De classificatie subklinisch psychotisch syndroom mag niet worden toegekend als de subklinische psychotische symptomen alleen optreden tijdens het gebruik van een middel; in dit geval verdient de classificatie psychotische stoornis door een middel/medicatie de voorkeur.
Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis Een voorgeschiedenis met aandachtsproblemen sluit een actueel subklinisch psychotisch syndroom niet uit. Eerdere aandachtsproblemen kunnen prodromen zijn, of een comorbide aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis.