Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Het ontstaan van het subklinisch psychotisch syndroom vindt meestal plaats in de midden- tot late adolescentie of bij jongvolwassenen. Een normale ontwikkeling, aanwijzingen voor cognitieve beperkingen, negatieve symptomen of een verstoorde sociale ontwikkeling kunnen aan de stoornis voorafgaan. In pa­ti­ën­ten­co­hor­ten hadden mensen van wie het beeld voldeed aan de criteria voor het subklinisch psychotisch syndroom een verhoogde kans op het ontwikkelen van een psychose in vergelijking met mensen van wie het beeld niet aan de criteria voldeed. In de groep waarbij het beeld aan de criteria voldeed, was het cumulatieve driejaarsrisico op een psychose maximaal 22%, en in de groep waarbij het beeld niet aan de criteria voldeed, was dit risico 1,54%. De factoren die de progressie naar een volledige psychotische stoornis voorspellen (meestal een schi­zo­fre­nies­pec­trum­stoor­nis) zijn: het mannelijk geslacht; chronische stress of levenslange psychotrauma’s; werkloosheid; alleen wonen; ernst van de subklinische positieve psychotische symptomen; ernst van de negatieve symptomen; ge­des­or­ga­ni­seer­de en cognitieve symptomen; en slecht functioneren. Van de mensen met een subklinisch psychotisch syndroom dat zich ontwikkelt tot een volledige psychose krijgt 11% een affectieve psychose (depressieve- of bipolaire-stem­mings­stoor­nis met psychotische kenmerken), terwijl 73% een schi­zo­fre­nies­pec­trum­stoor­nis ontwikkelt. Het meeste bewijs dat de symp­toom­cri­te­ria van het subklinisch psychotisch syndroom valide zijn, is gevonden voor personen in de leeftijd van 12–35 jaar; er is slechts beperkt bewijs voor de validiteit bij kinderen jonger dan 12 jaar. Hoewel het risico op een overgang naar een psychose het hoogst is in de eerste twee jaar na verwijzing, blijven betrokkenen tot tien jaar na de eerste verwijzing risico lopen, waarbij de algemene kans dat men binnen tien jaar een psychose krijgt 34,9% is. Mensen met een subklinisch psychotisch syndroom kunnen naast het ontwikkelen van een psychose ook andere ongunstige klinische uitkomsten hebben, zoals persisterende subklinische psychotische symptomen, persisterende of recidiverende comorbide psychische stoornissen, beperkingen en een laag niveau van functioneren. Bij slechts een derde van de mensen met dit syndroom vindt remissie plaats. Over het algemeen ontwikkelt ongeveer een derde van deze mensen een psychose, een derde herstelt, en een derde heeft aanhoudende beperkingen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.