De betrokkene ervaart soms magisch denken, concentratieproblemen, enige desorganisatie van denken of gedrag, overmatig wantrouwen en angst, trekt zich terug uit het sociale leven en heeft een verstoord slaap-waakritme. Beperkingen in het cognitieve functioneren en negatieve symptomen worden vaak waargenomen. Bij beeldvorming van de hersenen onderscheiden onderzoeksgroepen met het subklinisch psychotisch syndroom zich van normale controlegroepen door patronen die overeenkomen met, maar minder ernstig zijn dan, de patronen bij schizofrenie. Op individueel niveau hebben gegevens van de beeldvorming van de hersenen echter geen diagnostische waarde.