Het gebruikelijke beloop van een stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum is dat tieners of twintigers hun incidentele gebruik ervan steeds verhogen, waarna zij problemen ondervinden die voldoen aan de criteria. Vooral bij mensen met een stoornis in het gebruik van een ander middel (zoals alcohol, opioïden of stimulantia) is de kans groot dat een dergelijk patroon ontstaat. Een patroon waarin iemand aanvankelijk alleen incidenteel en sociaal gebruikt (op feestjes) kan uitmonden in dagelijks gebruik met een hoge tolerantie. Wanneer dit eenmaal is gebeurd, ligt het in de lijn der verwachting dat iemand steeds meer interpersoonlijke problemen krijgt, en ook steeds ernstiger episoden met cognitief disfunctioneren en somatische onttrekkingssymptomen ervaart.
Een tweede beloopvorm, die minder vaak voorkomt, begint met het gebruik van medicatie die de betrokkene op recept van een arts heeft gekregen, meestal voor de behandeling van angst, slaapproblemen of lichamelijke klachten. Wanneer er eenmaal een tolerantie is opgebouwd en een hogere dosering nodig is, neemt de dosering geleidelijk toe en begint de betrokkene vaker het middel aan zichzelf toe te dienen. De betrokkene rechtvaardigt het gebruik waarschijnlijk nog steeds met zijn of haar oorspronkelijke symptomen van angst of insomnia, maar het drangmatig zoeken naar het middel komt steeds meer op de voorgrond te staan en de betrokkene bezoekt mogelijk meerdere artsen om aan voldoende medicatie te komen. De tolerantie kan zeer hoog worden en er kunnen onttrekkingssymptomen voorkomen (waarbij insulten en een onttrekkingsdelirium kunnen optreden).
Zoals veel andere stoornissen in het gebruik van een middel, begint een stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum meestal tijdens de adolescentie of jongvolwassenheid. Vanaf de leeftijd van ongeveer 30 jaar neemt weliswaar het risico op misbruik en op de stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum af naarmate de leeftijd vordert, maar bijwerkingen van psychoactieve stoffen nemen toe naarmate mensen ouder worden. Vooral de als bijwerking optredende cognitieve beperkingen worden met de leeftijd groter, terwijl het metabolisme van hypnotica of anxiolytica bij oudere mensen met het stijgen van de leeftijd afneemt. Zowel de acute als de chronische toxische effecten van deze middelen, vooral die op de cognitieve functies, het geheugen en de bewegingscoördinatie, nemen naarmate de leeftijd vordert toe, als gevolg van farmacodynamische en farmacokinetische leeftijdsgerelateerde veranderingen. Mensen met een uitgebreide neurocognitieve stoornis hebben een verhoogde kans om ook al bij een lagere dosering een intoxicatie en een stoornis in het lichamelijk functioneren te ontwikkelen. Omdat hypnotica en anxiolytica vaak in combinatie met andere psychoactieve stoffen worden gebruikt, kan het moeilijk vast te stellen zijn of de functionele gevolgen toe te schrijven zijn aan één enkel middel (bijvoorbeeld een hypnoticum) of aan het gebruik van meerdere middelen.
Opzettelijke intoxicatie om high te worden, wordt het meest bij tieners en twintigers waargenomen. De problemen die met hypnotica of anxiolytica samenhangen, komen ook voor bij mensen van 40 jaar en ouder die de dosering van voorgeschreven medicatie overschrijden. Bij ouderen kan een intoxicatie gelijkenissen vertonen met een progressieve uitgebreide neurocognitieve stoornis.