Het niet-medische gebruik van hypnotica of anxiolytica hangt samen met de stoornis in het gebruik van alcohol, de stoornis in het gebruik van tabak en in het algemeen met illegaal drugsgebruik. Mogelijk is er ook een overlap tussen enerzijds de stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum en anderzijds een antisociale-persoonlijkheidsstoornis, depressieve- of bipolairestemmingsstoornissen, of angststoornissen; of stoornissen in het gebruik van een ander middel, zoals een stoornis in het gebruik van alcohol en illegaal drugsgebruik. Vooral wanneer de middelen illegaal worden verkregen, hangt een stoornis in het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum sterk samen met antisociaal gedrag en de antisociale-persoonlijkheidsstoornis. Comorbiditeit met stoornissen in het gebruik van een ander middel en andere psychische stoornissen verhoogt het risico dat het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum overgaat in een stoornis in het gebruik, en verkleint de kans op remissie.