Specifieke fobie, situationele type Het kan soms lastig zijn om de situationele specifieke fobie te onderscheiden van agorafobie, aangezien beide stoornissen verschillende symp­toom­ken­mer­ken en criteria met elkaar gemeen hebben. De classificatie ‘specifieke fobie, situationele type’ dient te worden gekozen als de angst, vrees of vermijding zich beperkt tot een van de agorafobische situaties. Het vereisen van angst voor twee of meer van de agorafobische situaties is een krachtige methode om agorafobie te differentiëren van specifieke fobieën, vooral het situationele type. Een ander kenmerk dat verschilt omvat de inhoud van de cognities van de betrokkene. Als de angst voor de situatie te maken heeft met andere zaken dan de paniekachtige symptomen of andere machteloos makende of gênante symptomen (angst om direct door de situatie zelf te worden beschadigd, zoals angst dat het vliegtuig neerstort voor mensen met vliegangst), is een classificatie specifieke fobie mogelijk passender.

Se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis De se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis kan het best worden ge­dif­fe­ren­ti­eerd van agorafobie door te kijken naar de inhoud van de bijbehorende cognities. Bij de se­pa­ra­tie­angst­stoor­nis betreffen de gedachten afstand van belangrijke anderen en de huiselijke omgeving (ouders en andere hech­tings­per­so­nen), terwijl bij agorafobie de nadruk ligt op de paniekachtige symptomen zelf, of andere machteloos makende of gênante symptomen in de gevreesde situaties.

Sociale-angststoornis Het differentiëren van agorafobie en de sociale-angststoornis dient in de eerste plaats gebaseerd te zijn op de situationele clusters die de angst, vrees of vermijding oproepen, en op de bijbehorende cognities. Bij de sociale-angststoornis draait het vooral om de angst om negatief te worden beoordeeld.

Paniekstoornis Wanneer er wordt voldaan aan de criteria voor de paniekstoornis, is de classificatie agorafobie niet van toepassing wanneer het met de paniekaanvallen gepaard gaande ver­mij­dings­ge­drag zich niet uitstrekt tot vermijding van twee of meer agorafobische situaties.

Acute stressstoornis en post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis De acute stressstoornis en de post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis (PTSS) kunnen worden onderscheiden van agorafobie door te bekijken of de angst, vrees of vermijding uitsluitend betrekking heeft op situaties die de betrokkene herinneren aan een psy­cho­trau­ma­ti­sche gebeurtenis. Een classificatie agorafobie is niet geïndiceerd wanneer de angst, vrees of vermijding zich beperkt tot herinneringen aan het trauma, en als het ver­mij­dings­ge­drag zich niet uitstrekt tot twee of meer agorafobische situaties.

Depressieve stoornis Ook iemand met een depressieve stoornis kan het als gevolg van apathie, energieverlies, een gering gevoel van eigenwaarde en anhedonie gaan vermijden om naar buiten te gaan. Als die vermijding niet samenhangt met angst voor paniekachtige symptomen of andere machteloos makende of gênante symptomen, is een classificatie agorafobie niet geïndiceerd.

Vermijding in verband met somatische aandoeningen Patiënten met bepaalde somatische aandoeningen kunnen situaties vermijden vanwege een realistische bezorgdheid om in een hulpeloze toestand te raken (zoals flauwvallen bij mensen met voorbijgaande ischemische aanvallen) of zichzelf in verlegenheid te brengen (door diarree bij iemand met de ziekte van Crohn bijvoorbeeld). In dit soort gevallen is de classificatie agorafobie alleen van toepassing als de angst of de vermijding duidelijk sterker is dan gewoonlijk bij deze somatische aandoeningen het geval is.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.