Ongeveer 90% van de mensen met agorafobie heeft ook andere psychische stoornissen. De frequentste extra classificaties zijn andere angststoornissen (zoals specifieke fobieën, de paniekstoornis, de sociale-angststoornis), depressieve-stemmingsstoornissen, PTSS, en een stoornis in het gebruik van alcohol. Waar andere angststoornissen (zoals de separatieangststoornis, specifieke fobieën, de paniekstoornis) vaak voorafgaan aan het ontstaan van agorafobie, ontstaan depressieve-stemmingsstoornissen en stoornissen in het gebruik van een middel over het algemeen secundair aan de agorafobie. Bij sommigen gaat aan de agorafobie een stoornis in het gebruik van een middel vooraf. Bij mensen die naast de agorafobie ook een classificatie depressieve stoornis hebben, is het beloop van de agorafobie doorgaans moeilijker met behandeling te beïnvloeden dan bij mensen die alleen de classificatie agorafobie hebben.