Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen en per­soon­lijk­heids­trek­ken Andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen kunnen worden verward met de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis doordat ze bepaalde kenmerken met elkaar gemeen hebben. Het is dan ook belangrijk om deze stoornissen van elkaar te onderscheiden op grond van hun meest karakteristieke kenmerken. Als iemand echter per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken heeft die behalve aan de criteria voor de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis ook voldoen aan de criteria voor een of meer andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, dan kunnen de classificaties voor al deze stoornissen worden toegekend.

Het bruikbaarste kenmerk om de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis te onderscheiden van de histrionische-, de antisociale- en de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, met in­ter­ac­tie­stij­len die respectievelijk koket, gevoelloos en behoeftig zijn, is de grandiositeit bij de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Verder kunnen aspecten als de relatieve stabiliteit van het zelfbeeld en de zelfbeheersing, evenals de relatief geringe aanwezigheid van zelf­des­truc­ti­vi­teit, impulsiviteit, separatieangst en emotionele hy­per­re­ac­ti­vi­teit behulpzaam zijn om de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis te onderscheiden van de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. De overmatige trots op de eigen prestaties, het relatief ontbreken van emotioneel vertoon, en de onwetendheid van of de minachting voor de gevoeligheden van anderen helpen om een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis te onderscheiden van een histrionische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Hoewel mensen met een borderline-, histrionische- of narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis allemaal veel aandacht nodig hebben, is de vorm van die aandacht bij mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis vooral bewondering. Mensen met een antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis en mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis hebben met elkaar gemeen dat ze over het algemeen gladde praters zijn, die daarnaast emotieloos, exploiterend en niet-empathisch zijn. Het verschil is echter dat bij de narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis geen sprake hoeft te zijn van impulsieve agressiviteit en misleiding. Bovendien kunnen mensen met een antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis onverschilliger staan tegenover en minder gevoelig zijn voor de reacties en kritiek van anderen dan mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, en ontbreekt bij die laatsten gewoonlijk de achtergrond van een nor­mo­ver­schrij­dend-gedragsstoornis in de kindertijd of crimineel gedrag op volwassen leeftijd.

Zowel bij de narcistische- als bij de dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kan de betrokkene uitdragen naar perfectie te streven en geloven dat anderen iets niet zo goed kunnen doen als zijzelf. Maar hoewel mensen met een dwangmatige-per­soon­lijk­heids­stoor­nis meer in beslag worden genomen door een perfectionisme dat met orde en rigiditeit te maken heeft, hebben mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis de neiging om zichzelf hoge per­fec­ti­o­nis­ti­sche normen op te leggen, vooral met betrekking tot hun uiterlijk en prestaties, en zijn ze uiterst bezorgd als ze niet aan die normen voldoen. Mensen met een schizotypische-, vermijdende- of paranoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis onderscheiden zich gewoonlijk van mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis door hun wantrouwen en te­rug­ge­trok­ken­heid. Als deze eigenschappen wel aanwezig zijn bij mensen met een nar­cis­tische­per­soon­lijk­heids­stoor­nis, zijn ze grotendeels het gevolg van schaamte en angst voor mislukkingen, of van de vrees dat hun imperfecties of fouten aan het licht komen.

Veel zeer succesvolle mensen hebben per­soon­lijk­heids­trek­ken die als narcistisch zouden kunnen worden beschouwd. Alleen als deze trekken inflexibel, maladaptief en persisterend zijn en significante beperkingen in het functioneren of lijdensdruk veroorzaken, is er sprake van een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Manie of hypomanie Groot­heids­ge­voe­lens kunnen ook optreden als onderdeel van een manische of hypomanische episode, maar de relatie met een verandering van de stemming of beperkingen in het functioneren helpt om deze episoden te onderscheiden van een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis.

Stoornissen in het gebruik van een middel De narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis moet ook worden onderscheiden van symptomen die zich kunnen ontwikkelen in samenhang met persisterend gebruik van middelen.

Persisterende depressieve stoornis Ervaringen die het gevoel van eigenwaarde bedreigen, kunnen een diep gevoel van min­der­waar­dig­heid en aanhoudende gevoelens van schaamte, afgunst, zelfkritiek en onzekerheid oproepen bij mensen met een narcistische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Deze gevoelens kunnen leiden tot aanhoudende negatieve gevoelens die lijken op gevoelens die voorkomen bij de persisterende depressieve stoornis. Als ook aan de criteria voor de persisterende depressieve stoornis wordt voldaan, kunnen beide classificaties worden toegekend.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.