Het hoofdkenmerk van de narcistische-persoonlijkheidsstoornis is een pervasief patroon van grandiositeit, behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie dat begint op jongvolwassen leeftijd en in een scala van situaties aanwezig is.
Mensen met deze stoornis hebben een opgeblazen gevoel van de eigen belangrijkheid, dat zich kan manifesteren als een overdreven of onrealistisch gevoel van superioriteit, eigenwaarde of bekwaamheid (criterium 1). Ze hebben de neiging om hun eigen capaciteiten te overschatten en hun prestaties belangrijker te maken dan die zijn, en komen vaak opschepperig en pretentieus over. Ze kunnen klakkeloos aannemen dat anderen ook veel waarde hechten aan hun inspanningen en zijn verrast als de lof die ze verwachten en ook menen te verdienen, uitblijft. Vaak impliciet verborgen in de opgeblazen waardering van hun eigen prestaties ligt de onderschatting of devaluering van de inbreng van anderen. Mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis zijn vaak gepreoccupeerd met fantasieën over grenzeloos succes, macht, grenzeloze genialiteit, schoonheid of ideale liefde (criterium 2). Ze kunnen rumineren over bewondering en voorrechten die ‘veel te laat’ komen, en zichzelf hoger inschatten dan beroemde of bevoorrechte mensen.
Mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis geloven dat zij speciaal of uniek zijn en verwachten dat anderen hen als zodanig erkennen (criterium 3). Ze kunnen verbaasd reageren of er zelfs van ondersteboven zijn wanneer de bijval uitblijft die ze van anderen verwachten en waarvan ze voelen dat ze die verdienen. Ze kunnen het gevoel hebben dat ze alleen kunnen worden begrepen door of kunnen omgaan met mensen die een hoge status hebben, en kunnen de mensen met wie ze omgaan eigenschappen toedichten als ‘uniek’, ‘perfect’ of ‘begaafd’. Mensen met deze stoornis geloven dat hun behoeften speciaal zijn en niet begrepen kunnen worden door gewone mensen. Hun gevoel van eigenwaarde wordt nog versterkt (‘gespiegeld’) door de geïdealiseerde waarde die ze toekennen aan degenen met wie ze omgaan. Deze mensen zullen erop aandringen dat ze alleen door ‘de top’ behandeld worden (of het nu gaat om een arts, advocaat, kapper of instructeur) of zich alleen inlaten met de ‘beste’ instellingen, maar kunnen de geschiktheid van mensen die hen teleurstellen devalueren.
Mensen met deze stoornis hebben over het algemeen buitensporig veel bewondering nodig (criterium 4). Hun gevoel van eigenwaarde is nagenoeg altijd zeer fragiel, en hun worsteling met ernstige twijfel aan zichzelf, zelfkritiek en een gevoel van leegte resulteert in de behoefte om actief op zoek te gaan naar bewondering door anderen. Ze kunnen gepreoccupeerd zijn met hoe goed ze presteren en hoe positief ze door anderen worden beoordeeld. Ze kunnen een uitbundig welkom verwachten bij hun aankomst, en als anderen er geen blijk van geven hun bezittingen dolgraag te willen hebben, kunnen ze daar zeer verbolgen over zijn. Ze kunnen aan één stuk door hengelen naar complimenten, en doen dat vaak op een heel charmante manier. De onredelijke verwachting van deze mensen dat ze een speciale, extra goede behandeling zullen krijgen, weerspiegelt hun gevoel bijzondere rechten te hebben, dat geworteld is in hun verwrongen gevoel van eigenwaarde (criterium 5). Ze verwachten in de watten te worden gelegd en zijn verbaasd of woedend als dit niet gebeurt. Ze kunnen er bijvoorbeeld van uitgaan dat ze niet in de rij hoeven aan te sluiten, en dat hun prioriteiten zo belangrijk zijn dat anderen ervoor moeten wijken. Als die anderen nalaten hen van dienst te zijn bij hun ‘zeer belangrijke werk’, raken ze geïrriteerd. Deze mensen verwachten te zullen krijgen wat ze willen, of voor hun gevoel nodig hebben, ongeacht wat dit voor anderen betekent. Ze kunnen bijvoorbeeld een enorme toewijding van anderen verwachten, en als werkgever mensen overladen met werk zonder rekening te houden met de effecten op hun privéleven. Dit gevoel recht te hebben op een speciale behandeling, gecombineerd met een gebrek aan begrip en sensitiviteit voor de wensen en behoeften van anderen, kan resulteren in het bewust of onbewust exploiteren van anderen (criterium 6). Vriendschappen of liefdesrelaties gaan ze vaak alleen aan als ze de kans groot achten dat de ander hen dichter bij hun doelen kan brengen of op een andere manier hun gevoel van eigenwaarde kan versterken. Vaak eigenen ze zich bijzondere privileges en extra middelen toe waarvan ze geloven dat ze die verdienen.
Sommige mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis maken opzettelijk en doelbewust gebruik van anderen, op emotioneel, sociaal, intellectueel of financieel gebied, voor hun eigen doeleinden en gewin. Het ontbreekt mensen met een narcistische-persoonlijkheidsstoornis vaak aan empathie, en ze zijn niet bereid om de wensen, subjectieve ervaringen en gevoelens van anderen te erkennen of zich hiermee te identificeren (criterium 7). Ze hebben doorgaans wel een zekere mate van cognitieve empathie (op intellectueel niveau het perspectief van iemand anders begrijpen), maar hebben een gebrek aan emotionele empathie (onmiddellijk de emoties van de ander voelen). Deze mensen kunnen totaal niet in de gaten hebben hoezeer ze anderen kwetsen met hun opmerkingen (bijvoorbeeld als ze een voormalige geliefde in geuren en kleuren vertellen dat ze ‘eindelijk de liefde van hun leven’ hebben gevonden, of opscheppen over hun eigen gezondheid tegen iemand die ziek is). En als ze de behoeften, wensen of gevoelens van anderen wel zien, is de kans groot dat ze die vol minachting als een teken van zwakte of kwetsbaarheid beschouwen. Mensen die omgaan met iemand met een narcistischepersoonlijkheidsstoornis, treffen vaak emotionele kilte en een gebrek aan wederkerige belangstelling.
Deze mensen zijn vaak afgunstig op anderen of geloven dat anderen afgunstig op hen zijn (criterium 8). Ze misgunnen anderen hun successen of bezittingen, en hebben het gevoel dat zijzelf die prestaties, bewondering of privileges meer verdienen dan de ander. Een bijdrage van iemand anders kunnen ze ruw de grond in boren, juist ook als die ander erkenning of lof heeft gekregen voor zijn of haar prestaties. Arrogant, hooghartig gedrag is kenmerkend voor deze mensen, en ze nemen vaak een snobistische, laatdunkende of minzame houding aan (criterium 9).