Mensen met een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis kunnen een patroon vertonen van zichzelf ondermijnen op het moment dat een doel bijna wordt bereikt (bijvoorbeeld: vlak voor het behalen van het diploma van school gaan; ernstig achteruitgaan na een gesprek over hoe goed de therapie verloopt; een goede relatie verstoren terwijl het er net op begint te lijken dat deze perspectief biedt). Sommige mensen met de stoornis ontwikkelen in tijden van stress psychoseachtige symptomen (zoals hallucinaties, vertekeningen van het lichaamsbeeld, be­trek­kings­idee­ën, hypnagoge verschijnselen). Mensen met deze stoornis kunnen zich veiliger voelen bij transitionele objecten (zoals een huisdier of voorwerp) dan in in­ter­per­soon­lij­ke relaties. Vroegtijdig overlijden als gevolg van suïcide komt voor bij mensen met de borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, en met een comorbide depressieve-stem­mings­stoor­nis of een stoornis in het gebruik van een middel is de kans daarop zelfs groter. Sterfgevallen door andere oorzaken, zoals ongevallen of ziekten, komen bij hen echter meer dan twee keer zo vaak voor als sterfgevallen door suïcide. Zelf­be­scha­di­gend gedrag of mislukte suïcidepogingen kunnen lichamelijke handicaps veroorzaken. Zaken die geregeld voorkomen zijn het herhaaldelijk verliezen van een baan, afbreken van een opleiding en (echt)-scheiding. In de kindertijd van deze mensen komen lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik, verwaarlozing, vijandige conflicten en het op jonge leeftijd verliezen van een ouder vaker voor dan in de bevolking als geheel.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.