De borderline-persoonlijkheidsstoornis wordt doorgaans beschouwd als een stoornis die op volwassen leeftijd begint. In behandelsettings is echter gebleken dat de symptomen van adolescenten van 12 of 13 jaar al volledig kunnen voldoen aan de criteria voor de stoornis. Het is nog niet bekend bij welk percentage van de volwassenen die voor het eerst in behandeling gaan, de borderline-persoonlijkheidsstoornis daadwerkelijk zo vroeg begint.
De borderline-persoonlijkheidsstoornis is lang beschouwd als een stoornis met een slecht symptomatisch beloop, waarbij de symptomen doorgaans in ernst verminderen naarmate mensen met de stoornis de leeftijd van 30 of 40 jaar passeren. Uit prospectieve vervolgonderzoeken is echter gebleken dat stabiele remissieperioden van één tot acht jaar zeer vaak voorkomen. De impulsieve symptomen van de borderline-persoonlijkheidsstoornis nemen het snelst af, terwijl de affectieve symptomen in een aanzienlijk langzamer tempo verdwijnen. Daarentegen is een volledig herstel van de borderline-persoonlijkheidsstoornis (met zowel een symptomatische remissie als een goed psychosociaal functioneren) moeilijker te bereiken; het herstel blijkt dan in de loop van de tijd minder stabiel te zijn. Het uitblijven van herstel hangt samen met het moeten leven van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en met het hebben van een slechte somatische gezondheid.