De aanwijzingen voor CZS-disfunctie door prenatale blootstelling aan alcohol variëren met de ontwikkelingsfase. Ongeveer de helft van de jonge kinderen die prenataal zijn blootgesteld aan alcohol heeft een duidelijke ontwikkelingsachterstand in de eerste drie levensjaren, maar bij andere kinderen die prenataal zijn blootgesteld aan alcohol treden de verschijnselen van een CZS-disfunctie pas op als zij de voorschoolse leeftijd of de schoolleeftijd bereiken. Bovendien kunnen beperkingen in de ‘hogere’ cognitieve processen (de executieve functies) die vaak samenhangen met prenatale blootstelling aan alcohol, soms beter worden vastgesteld bij oudere kinderen. Wanneer kinderen de schoolgaande leeftijd bereiken, komen leerproblemen, beperkingen in de executieve functies en problemen met de integratie van taal vaak duidelijker naar voren en worden zowel deficiënties in sociale vaardigheden als opstandig gedrag vaak duidelijker. Grotere deficiënties worden vooral opgemerkt als school- en andere verplichtingen complexer worden. Hierdoor zijn de schooljaren de leeftijd waarop NCS-PBA het best kan worden vastgesteld.