VOORSTEL VOOR CRITERIA
AMeer dan minimale blootstelling aan alcohol tijdens de zwangerschap, inclusief voorafgaand aan de vaststelling van de zwangerschap. De blootstelling aan alcohol tijdens de zwangerschap is bevestigd door maternale zelfrapportage van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap, door medische of andere dossiers, of door klinische observatie.
BBeperkingen in het neurocognitieve functioneren, zoals blijkt uit een van de volgende kenmerken:
1Beperking in de globale intellectuele prestaties (een IQ van 70 of lager, of een standaardscore van 70 of lager bij een uitvoerige beoordeling van het ontwikkelingsniveau).
2Beperking in de executieve functies (bijvoorbeeld slecht kunnen plannen en organiseren, inflexibiliteit, moeite met gedragsinhibitie).
3Beperking in het leervermogen (bijvoorbeeld schoolprestaties die achterblijven bij wat volgens het verstandelijke niveau kan worden verwacht; een specifieke leerstoornis).
4Beperking in de geheugenfuncties (bijvoorbeeld moeite met het onthouden van recent geleerde informatie, herhaaldelijk dezelfde fouten maken; moeite met het onthouden van lange verbale instructies).
5Beperking in visuospatiële vaardigheden (bijvoorbeeld gedesorganiseerde of slecht ontworpen tekeningen of constructies, moeite met het onderscheid tussen links en rechts).
CBeperkte zelfregulatie, zoals blijkt uit een of meer van de volgende kenmerken:
1Beperking in de regulatie van stemming of gedrag (bijvoorbeeld stemmingslabiliteit, negatief affect of prikkelbaarheid, frequente woede-uitbarstingen).
2Aandachtsdeficiëntie (bijvoorbeeld moeite met het verplaatsen van de aandacht; moeite met het volhouden van psychische inspanning).
3Beperking in de impulsbeheersing (bijvoorbeeld moeite om op zijn of haar beurt te wachten, zich moeilijk aan de regels kunnen houden).
DBeperking in het adaptieve functioneren, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende kenmerken, waarbij minstens één van deze kenmerken (1) of (2) moet zijn:
1Communicatieve deficiëntie (bijvoorbeeld achterblijvende verwerving van taal, moeite met het begrijpen van gesproken taal).
2Beperking in de sociale communicatie en interactie (bijvoorbeeld overdreven vriendelijk tegen vreemden; moeite met het begrijpen van sociale signalen; moeite met het inschatten van sociale consequenties).
3Beperking in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (bijvoorbeeld vertraagd zindelijk worden, zelfstandig eten of wassen; moeite met het hanteren van het dagelijkse schema).
4Beperking in de motorische vaardigheden (bijvoorbeeld slechte ontwikkeling van de fijne motoriek, vertraagde verwerving van de mijlpalen op het gebied van de grove motoriek, blijvende deficiënties op datzelfde gebied; deficiënties in coördinatie en balans).
EDe stoornis begint (symptomen in criterium B, C en D) in de kindertijd.
FDe stoornis veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.
GDe stoornis kan niet beter worden verklaard door de fysiologische effecten die samenhangen met het postnatale gebruik van een middel (bijvoorbeeld medicatie, alcohol of andere drugs), door een somatische aandoening (bijvoorbeeld traumatisch hersenletsel, een delirium, dementie), een ander bekend teratogeen (bijvoorbeeld het foetaal hydantoïnesyndroom), een genetische stoornis (bijvoorbeeld het syndroom van Williams, het downsyndroom, het syndroom van Cornelia de Lange), of verwaarlozing door de directe omgeving.
Alcohol is een neurocognitief teratogeen, en prenatale blootstelling aan alcohol geeft teratogene effecten op de ontwikkeling, en daarna het functioneren, van het centrale zenuwstelsel (CZS). De term ‘neurocognitieve stoornis door prenatale blootstelling aan alcohol’ (NCS-PBA) is een nieuwe verklarende term, bedoeld voor alle beperkingen in de ontwikkeling die samenhangen met een blootstelling aan alcohol in utero. NCS-PBA kan worden vastgesteld ongeacht of er sprake is van de zichtbare effecten van de prenatale alcoholblootstelling op het uiterlijk (terwijl bijvoorbeeld voor het vaststellen van het foetaal alcoholsyndroom faciale dysmorfie nodig is).