Omgeving Sociaal isolement is een risicofactor voor zelfstimulatie die zich kan ontwikkelen tot stereotiepe bewegingen met repetitief zelfbeschadigend gedrag. Omgevingsstress kan ook stereotiep gedrag oproepen. Angst kan de fysiologische toestand veranderen, waardoor de frequentie van stereotiepe bewegingen kan toenemen.
Genetica en fysiologie De stereotiepe-bewegingsstoornis zou enigszins erfelijk zijn, gezien de hoge frequentie van gevallen met een positieve familieanamnese met motorische stereotypieën. Uit significant volumeverlies van het putamen bij kinderen met stereotypieën valt op te maken dat verschillende corticaal-striatale routes die verband houden met gewoontegedrag (bijvoorbeeld circuits van het premotorische naar het posterieure putamen) bij complexe motorische stereotypieën de onderliggende anatomische locatie kunnen zijn. Beperkingen in het cognitieve functioneren gaan samen met een groter risico op stereotiep gedrag en een slechtere reactie op interventies. Stereotiepe bewegingen komen vaker voor onder mensen met een matige tot ernstige of zeer ernstige verstandelijke-ontwikkelingsstoornis, die een hoger risico op stereotiep gedrag lijken te hebben ten gevolge van een specifiek syndroom (zoals het syndroom van Rett) of een bepaalde omgevingsfactor (zoals een omgeving waarin relatief onvoldoende stimulering plaatsvindt). Repetitief zelfbeschadigend gedrag kan een gedragsfenotype zijn bij neurogenetische syndromen. Bij het syndroom van Lesch-Nyhan komen er bijvoorbeeld zowel stereotiepe dystone bewegingen als automutilatie van vingers, bijten op de lippen en andere vormen van zelfbeschadiging voor, tenzij de betrokkene wordt tegengehouden. Bij het syndroom van Rett en het syndroom van Cornelia de Lange kan zelfbeschadiging voortkomen uit stereotiepe hand-naar-mondbewegingen. Stereotiep gedrag kan ook het gevolg zijn van een pijnlijke somatische aandoening (zoals een middenoorontsteking, gebitsproblemen, gastro-oesofageale reflux).