Eenvoudige stereotiepe bewegingen (zoals schommelen) komen veel voor bij jonge zich normaal ontwikkelende kinderen (5–19% in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten). Complexe stereotiepe bewegingen komen minder vaak voor (ongeveer bij 3–4%). Tussen 4 en 16% van de mensen met een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking) in steekproeven in hoge-inkomenslanden vertoont stereotiep en zelfbeschadigend gedrag. Het risico is groter bij mensen met een ernstige verstandelijke-ontwikkelingsstoornis. Van degenen met een verstandelijke-ontwikkelingsstoornis die in een instelling wonen, kan 10 tot 15% een stereotiepe-bewegingsstoornis met zelfbeschadigend gedrag hebben. Beperkte repetitieve handelingen en interesses kunnen bij kinderen met een ernstige verstandelijke-ontwikkelingsstoornis risicomarkers zijn voor het begin van zelfbeschadigend, agressief en destructief gedrag.