Mensen met een stoornis in het gebruik van een middel en intoxicatie- en onttrekkingsverschijnselen hebben een groter risico op andere aandoeningen die op zichzelf, of door een versterkend effect, tot een neurocognitieve stoornis leiden. Dit betreft onder andere een geschiedenis van traumatisch hersenletsel en infecties die kunnen samengaan met een stoornis in het gebruik van een middel (zoals hiv, hepatitis C-virus, syfilis). Daarom moet een NCS door een middel/medicatie onderscheiden worden van neurocognitieve stoornissen die buiten de context van middelengebruik, intoxicatie en onttrekking ontstaan, waaronder deze begeleidende aandoeningen (zoals traumatisch hersenletsel).