De naam van de NCS door een middel/medicatie begint met ‘neurocognitieve stoornis door’, gevolgd door de naam van het specifieke middel (bijvoorbeeld alcohol) waarvan wordt verondersteld dat het de neurocognitieve symptomen veroorzaakt. De ICD-10-code is gebaseerd op de klasse van het middel en wordt geselecteerd uit de tabel bij de lijst met criteria. Voor middelen die niet passen in een van deze klassen (bijvoorbeeld methotrexaat bij intrathecale toediening), moet de code voor ‘een ander (of onbekend) middel’ worden gekozen en dient de naam van het specifieke middel te worden genoteerd (bijvoorbeeld F19.8 beperkte neurocognitieve stoornis door intrathecale toediening van methotrexaat). En in gevallen waarin wel wordt geoordeeld dat een middel een etiologische factor is, maar de specifieke klasse van het middel onbekend is, moet dezelfde code worden geselecteerd. Daarnaast wordt vermeld dat het middel onbekend is (bijvoorbeeld F19.7 uitgebreide neurocognitieve stoornis door een onbekend middel).
De naam van de stoornis (bijvoorbeeld: uitgebreide neurocognitieve stoornis door [specifiek middel] of beperkte neurocognitieve stoornis door [specifiek middel]) wordt in het geval van alcohol gevolgd door het type (niet-amnestisch-confabulerende type of amnestisch-confabulerende type), gevolgd door een specificatie over de duur (bijvoorbeeld: persisterend). Aan de stoornis in het gebruik van een middel wordt een aparte code toegekend. Stel bijvoorbeeld dat een man met een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol persisterende amnesie-confabulatiesymptomen heeft, dan is de classificatie F10.6 neurocognitieve stoornis door alcohol, amnestisch-confabulerende type, persisterend. Daarnaast wordt de classificatie F10.2 ernstige stoornis in het gebruik van alcohol toegekend. Wanneer de NCS door een middel/medicatie zich voordoet zonder comorbide stoornis in het gebruik van een middel (bijvoorbeeld na een incidentele grote inname van inhalantia), wordt er geen bijkomende stoornis in het gebruik van een middel vermeld (bijvoorbeeld F18.8 beperkte neurocognitieve stoornis door [specifiek inhalantium]).