Sociale verwaarlozing is vaak aanwezig in de eerste maanden van het leven van kinderen die de classificatie reactieve hech­tings­stoor­nis toegekend krijgen, zelfs voordat de stoornis is vastgesteld. De klinische kenmerken van de stoornis manifesteren zich tussen de leeftijden van 9 maanden en 5 jaar op dezelfde manier: afwezig tot minimaal hechtingsgedrag en daarmee samenhangend emotioneel afwijkend gedrag zijn in deze leef­tijds­pe­ri­o­de bij kinderen duidelijk aanwezig. Maar de manier waarop dit gedrag tot uiting komt, wordt beïnvloed door verschillende cognitieve en motorische vermogens. In een normale verzorgende omgeving kan revalidatie en symptomatisch herstel optreden, maar zonder verbetering van de verzorging lijkt het erop dat verschijnselen van de stoornis minstens enkele jaren kunnen aanhouden. Persisterende verschijnselen van de reactieve hech­tings­stoor­nis in de vroege adolescentie kunnen gepaard gaan met problemen in het sociale functioneren. Over het klinische beeld van de stoornis bij oudere kinderen is minder bekend, en bij kinderen ouder dan 5 jaar is te­rug­hou­dend­heid geboden bij het toekennen van de classificatie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.