Voor blaas­func­tie­stoor­nis­sen is een aantal predisponerende factoren geopperd, waaronder ont­wik­ke­lings­ach­ter­stand en neu­ro­psy­chi­a­tri­sche problemen.

Omgeving Factoren waarvan bekend is dat ze samenhangen met blaas­func­tie­stoor­nis­sen zijn late zin­de­lijk­heids­trai­ning en psychosociale stress.

Genetica en fysiologie Nachtelijke enuresis blijkt samen te gaan met een onjuiste verhouding tussen de nachtelijke urineproductie, de nachtelijke blaascapaciteit en het vermogen om uit de slaap wakker te worden. Aan deze mechanismen liggen mogelijk stoornissen in de sig­naal­ver­wer­king van het centrale zenuwstelsel en het defaultnetwerk ten grondslag. De verhoogde drempel voor wakker worden impliceert echter niet dat deze kinderen goed slapen; kinderen met enuresis slapen in werkelijkheid meestal slecht. Nachtelijke enuresis is een genetisch heterogene stoornis. De erfelijkheid is door middel van familie-, tweeling- en se­gre­ga­tie­ana­ly­ses aangetoond. Het risico op nachtelijke enuresis in de kindertijd is voor kinderen van wie de moeder enuresis had ongeveer 3,6 maal hoger, en wanneer de vader incontinent was voor urine 10,1 maal hoger. Het risico voor nachtelijke enuresis is ongeveer even groot als dat voor incontinentie overdag.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.