Enuresis kent twee beloopsvormen: een ‘primair’ type, waarbij de betrokkene nooit zindelijk voor urine is geweest, en een ‘secundair’ type, waarbij de stoornis zich pas na een periode van zindelijkheid voor urine ontwikkelt. Er zijn tussen de beide typen geen verschillen in prevalentie van de comorbide psychische stoornissen. Primaire enuresis begint per definitie op 5-jarige leeftijd. Secundaire enuresis begint meestal tussen 5- en 8-jarige leeftijd, maar kan zich op ieder moment voordoen. Na de leeftijd van 5 jaar bedraagt de spontane remissie 5 tot 10% per jaar. De meeste kinderen met deze stoornis worden tegen de tijd dat zij de adolescentie bereiken zindelijk, maar bij ongeveer 1% houdt de stoornis tot in de volwassen leeftijd aan. Boven de leeftijd van 9 jaar komt enuresis overdag niet vaak voor. Onzindelijkheid overdag komt midden in de kindertijd af en toe nog weleens voor, maar dit gebeurt veel vaker bij kinderen die daarnaast andere psychische problemen hebben, inclusief cognitieve en gedragsproblemen. Wanneer de enuresis tot in de late kindertijd of de adolescentie aanhoudt, kan de incontinentie verdwijnen; de urinefrequentie blijft echter doorgaans hoog, en later in het volwassen leven kan de incontinentie bij vrouwen terugkeren.