Enuresis

Enuresis

F98.0

CLASSIFICATIECRITERIA

AHerhaalde lozing van urine in bed of in de kleding, al dan niet opzettelijk.

Dit criterium maakt duidelijk dat enuresis zowel onvrijwillig als opzettelijk kan zijn. (In de DSM-III werd nog onvrijwillige lozing vereist.) Door ook de opzettelijke lozing van urine op te nemen, kan de classificatie worden toegekend aan kinderen die zich te veel schamen om te vragen of zij naar het toilet mogen.

BHet gedrag is klinisch significant, zoals blijkt uit ofwel een frequentie van tweemaal per week gedurende minstens drie aaneengesloten maanden, ofwel de aanwezigheid van significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale, schoolse, studie- (of beroepsmatige) functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.

Aangezien korte episoden van bedplassen vaak voorkomen, is om de classificatie te kunnen toekennen volgens criterium B een frequentie en duur vereist van minstens tweemaal per week gedurende minstens drie opeenvolgende maanden, of de aanwezigheid van significante lijdensdruk of beperkingen. De We­reld­ge­zond­heids­or­ga­ni­sa­tie daarentegen hanteert als frequentie- en duurcriteria voor enuresis: tweemaal per maand (jonger dan 7 jaar) of eenmaal per maand (7 jaar en ouder) gedurende de laatste drie maanden.

CDe ka­len­der­leef­tijd van de betrokkene is minstens 5 jaar (of een vergelijkbaar ont­wik­ke­lings­ni­veau).

Het criterium voor de minimale leeftijd is vastgesteld op 5 jaar, maar medische richtlijnen over wanneer een kind oud genoeg is om zindelijk te blijven variëren. De meerderheid van de kinderen is op de leeftijd van 5 jaar overdag zindelijk. Zindelijkheid ’s nachts vindt meestal enkele maanden later plaats dan zindelijkheid overdag. Hoewel het gebruikelijk is om enuresis als abnormaal te definiëren vanaf de leeftijd van 5 jaar, overwegen veel clinici alleen behandeling bij kinderen als die ten minste 7 jaar oud zijn.

DHet gedrag kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld een diureticum of antipsychoticum) of aan een somatische aandoening (bijvoorbeeld diabetes, spina bifida, epilepsie).

Somatische aandoeningen moeten als oorzaak van het bedplassen worden uitgesloten. Het gaat onder meer om neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld epilepsie of spina bifida), andere somatische aandoeningen (bijvoorbeeld uri­ne­weg­in­fec­ties, sikkelcelanemie, diabetes of slaapapneu) en structurele oorzaken (bijvoorbeeld obstructie van de urinewegen of aangeboren afwijkingen van de achterste klep van de urethra). Zoals bij elk klinisch probleem moet de clinicus dit beoordelen en alternatieve verklaringen voor de stoornis uitsluiten.

Specificeer of:

Alleen ’s nachts Urinelozing alleen gedurende de nachtelijke slaap.

Alleen overdag Urinelozing wanneer de betrokkene wakker is.

’s Nachts en overdag Een combinatie van de twee voorafgaande subtypen.

Het nachtelijke subtype komt het meest voor. Bedplassen treedt meestal op tijdens het eerste derde deel van de nacht. Het subtype ‘alleen overdag’ komt vaker voor bij meisjes. Er zijn veel discussies geweest over de vraag of deze subtypen klinisch bruikbaar zijn en of een uitgebreidere subtypering niet beter zou zijn. Bijvoorbeeld voor enuresis overdag zijn ‘aan­dran­gin­con­ti­nen­tie’ en ‘uitstel van lozing’ voorgesteld als subtypen die samenhangen met specifieke ge­drags­pro­ble­men en psychiatrische comorbiditeit. De International Children’s Continence Society heeft vier subtypen van enuresis nocturna voorgesteld op basis van de vraag of de enuresis primair is (niet langer dan zes maanden zindelijk) of secundair (recidive na minstens zes maanden zindelijkheid), en of de stoornis mo­no­symp­to­ma­tisch is (geen blaasproblemen overdag) of niet-mo­no­symp­to­ma­tisch (waarbij gedurende de dag blaassymptomen als aandrang of uitstellen van de mictie kunnen optreden).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.