Afhankelijk van het stadium van de hiv-ziekte heeft ongeveer een derde tot de helft van de hiv-geïnfecteerde mensen minstens enkele neurocognitieve symptomen, maar sommige van deze beelden voldoen mogelijk niet volledig aan de criteria voor een beperkte NCS. Dit betreft wellicht eerder mensen met asymptomatische neurocognitieve beperkingen (ANI, asymptomatic neurocognitive impairment), die wel onder de standaard presteren op een of meer neurocognitieve tests, maar geen beperkingen ervaren in hun functionele toestand. In Duitsland was de algehele prevalentie van met hiv samenhangende NCS onder deelnemers uit hiv-behandelcentra 43%, waarvan 90% onder behandeling was: 20% had ANI, 17% een beperkte NCS en 6% met hiv samenhangende dementie. In lage- en mid­den­in­ko­mens­lan­den is de prevalentie van met hiv samenhangende NCS hoger bij mensen met hiv die geen behandeling hebben ondergaan. In andere delen van de wereld en in cohorten die voornamelijk bestonden uit hiv-geïnfecteerden die een effectieve antiretrovirale therapie ondergingen en met uitvoerige cognitieve testbatterijen zijn getest, bedroegen de totale percentages van de cognitieve beperkingen ongeveer 25 tot 30%.

In de Verenigde Staten is de incidentie van hiv-infectie in alle etnische groepen bij mannen hoger dan bij vrouwen. Er zijn echter aanwijzingen voor ge­slachts­ver­schil­len bij de NCS door hiv-infectie, waarbij neurocognitieve beperkingen vaker voorkomen bij vrouwen, ook wanneer het geslacht als risicofactor in een multivariate analyse is meegenomen. Het hogere percentage beperkingen bij vrouwen hangt mogelijk samen met verschillen in op­lei­dings­kwa­li­teit.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.