De uitgebreide en de beperkte NCS door hiv-infectie komen meer voor onder mensen met een hogere leeftijd, een lager op­lei­dings­ni­veau of het vrouwelijke geslacht, en bij mensen met een depressieve stoornis, stoornissen in het gebruik van alcohol of andere middelen, en somatische comorbiditeiten (met name diabetes en hypertensie). Het risico op een NCS door hivi-nfectie is eveneens verhoogd in de volgende situaties: eerdere episoden van im­mu­no­sup­pres­sie, hoge virale titers in de liquor cerebrospinalis, een verhoogd gehalte tu­mor­ne­cro­se­fac­tor-alfa (TNF-α), interleukine-6 (IL-6), C-reactieve proteïne (CRP), D-dimeer, sCD14, sCD163, en neurofilament lichte keten (NfL) in perifeer bloed, of indicatoren uit la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek van vergevorderde hiv-ziekte, zoals een lage nadir van het aantal CD4-cellen, anemie en hypoalbuminemie. Mensen met een uitgebreide NCS kunnen prominentere neuromotorische kenmerken ervaren, zoals ernstige co­ör­di­na­tie­stoor­nis­sen, ataxie en motorische vertraging. Deze kenmerken kunnen bij een geavanceerde NCS prominenter worden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.