Allerlei verschillen tussen culturele contexten kunnen invloed hebben op psychische factoren en de effecten daarvan op somatische aandoeningen. Voorbeelden zijn verschillen in taal en communicatiestijl, idiomen voor lijdensdruk, verklarende ziektemodellen, patronen in het zoeken van medische hulp, de beschikbaarheid en de organisatie van de gezondheidszorg, artspatiëntrelaties en andere behandelwijzen, genderrollen en rolpatronen binnen gezin en familie, en attituden tegenover pijn en de dood. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden en cultuurspecifiek copinggedrag zoals het inschakelen van gebedsgenezers, spirituele healers, traditionele genezers of andere variaties in de omgang met ziekte die aanvaard zijn binnen een culturele context en waarmee men ernaar streeft om de somatische aandoening te verhelpen. Deze lokale gewoonten kunnen een aanvulling vormen op wetenschappelijk bewezen interventies, in plaats van dat ze deze in de weg zitten. Het gebruikmaken van alternatieve behandelwijzen kan weliswaar leiden tot een uitgesteld gebruik van de gezondheidszorg en van invloed zijn op de gezondheidsuitkomsten, maar wanneer de betreffende behandelwijze tot doel heeft om het probleem op een cultureel aanvaarde manier aan te pakken, moeten deze praktijken niet worden gepathologiseerd door ze te bestempelen als psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden.