Het hoofdkenmerk van psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden, is de aanwezigheid van een of meer klinisch significante psychische of gedragsfactoren die een ongunstige invloed hebben op het beloop van een somatische aandoening doordat ze het risico op lijdensdruk, overlijden of invaliditeit vergroten (criterium B). Deze factoren hebben een ongunstige invloed op de somatische aandoening doordat ze het beloop of de behandeling ervan beïnvloeden in die zin dat ze een extra, duidelijk aantoonbaar ge­zond­heids­ri­si­co vormen, of doordat ze de onderliggende pathofysiologie beïnvloeden, met als gevolg dat symptomen sneller ontstaan of verergeren, of dat medische behandeling noodzakelijk is.

Met psychische of gedragsfactoren worden bedoeld psychische lijdensdruk, patronen van in­ter­per­soon­lij­ke interactie, copingstijlen en maladaptief ge­zond­heids­ge­re­la­teerd gedrag, zoals het ontkennen van symptomen of het niet opvolgen van aanbevelingen van een arts. Veelvoorkomende klinische voorbeelden zijn astma die wordt verergerd door angst, ontkennen dat medische behandeling nodig is bij acute pijn op de borst, en het manipuleren van het insulinegehalte door iemand met diabetes die wil afvallen. Van vele psychische factoren is bekend dat ze een ongunstige invloed hebben op somatische aandoeningen. Voorbeelden hiervan zijn symptomen van depressiviteit of angst, ingrijpende le­vens­ge­beur­te­nis­sen, relatiestijlen, per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken en copingstijlen. De ongunstige effecten kunnen variëren van acute effecten met onmiddellijke somatische gevolgen (zoals bij tako-tsubo­car­di­o­myo­pa­thie) tot chronische effecten die op langere termijn spelen (zoals bij chronische werkstress, die het risico op hypertensie verhoogt). De somatische aandoeningen die worden beïnvloed kunnen aandoeningen zijn met een duidelijke pathofysiologie (zoals diabetes, kanker, coronaire ziekte), functionele syndromen (zoals migraine, prik­kel­ba­re­darm­syn­droom, fibromyalgie) of idiopathische somatische symptomen (zoals pijn, duizeligheid).

Deze classificatie moet worden gereserveerd voor situaties waarin het effect van de psychische factor evident is en de psychische factor klinisch significante effecten heeft op het beloop of de uitkomst van de somatische aandoening. Abnormale psychische of gedragsmatige symptomen die zich ontwikkelen in reactie op het krijgen van een somatische aandoening, kunnen beter worden geclassificeerd als een aan­pas­sings­stoor­nis (een klinisch significante psychische respons op een aanwijsbare stressor). Er moet redelijk hard bewijs zijn voor het verband tussen de psychische factoren en de somatische aandoening, al zal het vaak niet mogelijk zijn om een direct causaal verband aan te tonen of de mechanismen te benoemen die aan het verband ten grondslag liggen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.