F54
CLASSIFICATIECRITERIA
AEr is een somatisch symptoom of een somatische aandoening (dus geen psychische stoornis) aanwezig.
Er moet een somatisch symptoom of een somatische aandoening aanwezig zijn, dus geen psychische stoornis. Net zoals in eerdere edities van het handboek kan dit een aandoening zijn van elk orgaansysteem.
BPsychische of gedragsfactoren hebben een ongunstige invloed op de somatische aandoening op een van de volgende manieren:
1De factoren hebben het beloop van de somatische aandoening beïnvloed, zoals blijkt uit een sterk chronologisch verband tussen de psychische factoren en de ontwikkeling of verergering of een vertraagd herstel van de somatische aandoening.
2De factoren interfereren met de behandeling van de somatische aandoening (bijvoorbeeld door een slechte therapietrouw).
3De factoren leiden tot extra, aantoonbare gezondheidsrisico’s voor de betrokkene.
4De factoren beïnvloeden de onderliggende pathofysiologie, ze versnellen het ontstaan van symptomen of verergeren deze, of maken medische aandacht noodzakelijk.
Criterium B is herschreven maar is verder ongewijzigd gebleven. Hierin worden de manieren waarop ‘psychische of gedragsfactoren’ een somatische aandoening negatief beïnvloeden opgesomd: een sterk chronologisch verband tussen deze factoren en de ontwikkeling, exacerbatie of herstel van de aandoening. Het is belangrijk om vast te stellen dat de factoren interfereren met de behandeling; een bekend gezondheidsrisico vormen; of de onderliggende fysiologie en pathofysiologie zodanig beïnvloeden dat ze symptomen opwekken of verergeren, of medische zorg noodzakelijk maken. Andere psychische stoornissen moeten als oorzaak van de stoornis worden uitgesloten (criterium C).
CDe psychische en gedragsfactoren in criterium B kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis (zoals een paniekstoornis, een depressieve stoornis, een posttraumatische-stressstoornis).
Criterium B is herschreven maar is verder ongewijzigd gebleven. Hierin worden de manieren waarop ‘psychische of gedragsfactoren’ een somatische aandoening negatief beïnvloeden opgesomd: een sterk chronologisch verband tussen deze factoren en de ontwikkeling, exacerbatie of herstel van de aandoening. Het is belangrijk om vast te stellen dat de factoren interfereren met de behandeling; een bekend gezondheidsrisico vormen; of de onderliggende fysiologie en pathofysiologie zodanig beïnvloeden dat ze symptomen opwekken of verergeren, of medische zorg noodzakelijk maken. Andere psychische stoornissen moeten als oorzaak van de stoornis worden uitgesloten (criterium C).
→Specificeer actuele ernst:
Licht Vergroot het somatische risico (zoals bij inconsequente therapietrouw bij een antihypertensiebehandeling).
Matig Verergert de onderliggende somatische aandoening (bijvoorbeeld wanneer astma wordt verergerd door angst).
Ernstig Resulteert in ziekenhuisopname of bezoek aan een spoedeisendehulpafdeling.
Zeer ernstig Resulteert in ernstig, levensbedreigend risico (zoals bij het negeren van de symptomen van een hartaanval).
Met behulp van de indicatoren van actuele ernst (licht, matig, ernstig of zeer ernstig) kan de clinicus een indicatie geven van de somatische risico’s.