Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Tips voor een betere onderbouwing van de classificatie

Stel vast of de patiënt in staat is om op de door hem gewenste tijden te slapen en wakker te blijven.

Beoordeel of de patiënt korte periodes van spierzwakte heeft die getriggerd worden door positieve emoties. Deze zwakte manifesteert zich door het laten hangen van het hoofd of de oogleden, of meer openlijk door spierzwakte in de benen, waardoor de patiënt moet gaan zitten.

Vraag hoe vaak deze aanvallen voorkomen en hoelang er al sprake is van instabiliteit van de slaap.

Bevestig de classificatie door de volgende tests te laten doen: polysomnografie met een rem­slaapla­ten­tie van ≤ 15 minuten, MSLT met een slaaplatentie van ≤ 8 minuten en twee of meer remperiodes bij aanvang van de slaap, of meting van het hypocretine-1-niveau in de cerebrospinale vloeistof.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.