Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

De 23-jarige Wouter Gerardus presenteert zich met de klacht: ‘Ik ben de hele tijd moe.’ De onderzoeker wil achterhalen of de patiënt zich slaperig voelt of vermoeid is. Wouter meldt dat hij zich slaperig voelt en op sommige momenten een absoluut niet te onderdrukken behoefte aan slaap heeft. De onderzoeker vraagt naar voorbeelden van automatisch gedrag, zoals het maken van aantekeningen waarvan iemand zich niet bewust is, en er later achter komen dat deze nergens op slaan, of het kwijtraken van tijd tijdens het autorijden. Ze vraagt dan naar de symptomen van kataplexie: ‘Heb je ooit momenten gehad waarop je spieren slap werden of je je wankel of wiebelig voelde?’ Als de patiënt bevestigend antwoordt, vraagt zij: ‘Is er een aanleiding die deze klachten lijkt te veroorzaken?’ Als er immers een emotionele trigger optreedt, is het belangrijk om vast te stellen om wat voor soort emotie het gaat (i.e., positief of negatief) en hoelang de symptomen duren.

Om mogelijke symptomen van slaapparalyse te achterhalen, vraagt ze: ‘Word je weleens wakker uit je slaap met het gevoel dat je verlamd bent? Hoe vaak komt dat voor?’ Om de voor­ge­schie­de­nis van hallucinaties die samenhangen met in slaap vallen of wakker worden in kaart te brengen, vraagt zij: ‘Heb je weleens dingen gezien of gehoord die anderen niet kunnen zien of horen? Gebeurt dit op specifieke tijdstippen? Vind je dit eng of verontrustend?’ Het tijdsverloop van de klachten en de vermeende triggers daarvan worden ook uitgevraagd. Bovendien vindt een grondige beoordeling plaats van de slaapduur en het medicijngebruik. De patiënt wordt tot slot ook gescreend op andere slaap­stoor­nis­sen die overmatige slaperigheid overdag kunnen veroorzaken.

Vaak melden mensen dat ze zich moe voelen, maar dit is een zeer aspecifiek symptoom. Verduidelijkt moet worden of iemand duidelijk slaperig is (bijvoorbeeld: droge ogen, zware oogleden, geeuwen, bijna in slaap vallen) of vermoeid is (weinig energie en initiatief), aangezien slaperigheid samenhangt met slaap­ge­re­la­teer­de adem­ha­lings­stoor­nis­sen, slaapdeprivatie en narcolepsie, en vermoeidheid meer samenhangt met insomnia en de depressieve stoornis. Ook kan het nuttig zijn om de risico’s te beoordelen, omdat mensen die overmatig slaperig zijn zelfs tijdens het autorijden ‘slaapaanvallen’ kunnen hebben, terwijl mensen die last hebben van vermoeidheid meestal niet in slaap vallen tijdens een activiteit. Soms kunnen automatismen worden gezien als iemand per ongeluk in slaap valt, maar probeert door te gaan met de activiteiten waarmee hij of zij bezig was. Bij kataplexie kunnen gerichte, maar open vragen nuttig zijn. Mensen zullen vaak rapporteren dat ze, als ze erg boos of angstig zijn, knikkende knieën hebben of niet in staat zijn om voorwerpen in hun handen te houden, maar dit symptoom is niet gebruikelijk bij kataplexie, dat door positieve emoties wordt opgewekt. Aanvallen van kataplexie duren meestal maar een paar seconden, dus zijn meldingen van zwakte die meerdere uren aanhoudt niet karakteristiek voor kataplexie. De voor­ge­schie­de­nis van hallucinaties wordt doorgaans uitgevraagd; door vragen te stellen over de timing kan in kaart worden gebracht of de hallucinaties optreden terwijl de patiënt in slaap valt of juist wakker wordt. Het is echter belangrijk om te onthouden dat mensen met narcolepsie instabiele slaap- en waakperiodes hebben, en dus hypnopompe of hypnagoge symptomen kunnen hebben die samenhangen met slaapepisoden overdag.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.