Opnemen van de anamnese

Opnemen van de anamnese

Mevrouw Laan, leeftijd 33 jaar, beschrijft een voor­ge­schie­de­nis met een pervasief patroon van instabiliteit in haar in­ter­per­soon­lij­ke relaties en duidelijke impulsiviteit, beginnend op jongvolwassen leeftijd en aanwezig in uiteenlopende omstandigheden. Maar ze vertelt dat zij en haar familie vanwege haar ‘pieken en dalen’ denken dat ze ‘bipolair’ is. Ze zegt: ‘Ik heb bipolair opgezocht op internet en de beschrijving past precies bij mij. Mijn stemming gaat constant op en neer. Zo ben ik al sinds mijn tienerjaren!’

Om affectieve instabiliteit te kunnen onderscheiden van episodische manie vraagt de onderzoeker: ‘Kunt u iets meer zeggen over uw “pieken en dalen”?’ Mevrouw Laan antwoordt: ‘Het ene moment kan er niets met me aan de hand zijn, en een minuut later ben ik zó boos. Soms word ik echt manisch als ik boos ben. Ik raak in een ruzie verzeild en dan neemt de manie het over en begin ik te gillen.’ De onderzoeker vraagt: ‘Hoelang duurt dat meestal?’ Patiënte antwoordt: ‘Het kan 20 tot 30 minuten duren, soms langer. Ik heb het gevoel dat ik mijn emoties niet de baas ben. Soms gooi ik zelfs met dingen. En dan kom ik weer in een dal.’

De onderzoeker vraagt: ‘Wanneer gebeurt dat meestal?’, waarop mevrouw Laan antwoordt: ‘Als ik ruziemaak met mijn vriend, maar het kan ook zomaar vanuit het niets gebeuren, als ik aan al mijn stress begin te denken.’

Op de vraag wanneer ze dit bij zichzelf is gaan merken, antwoordt mevrouw Laan: ‘Ik ben al zo sinds ik klein was. Ik deed het ook als ik ruziemaakte met mijn moeder. Maar het werd erger toen ik op de middelbare school verkering kreeg met jongens.’ De onderzoeker vraagt: ‘Kunt u zich nog een tijd herinneren dat u niet zo was?’ Mevrouw Laan antwoordt: ‘Als ik voor het eerst met een nieuwe man uitga, is alles meestal koek en ei en gaat het prima met me. Maar als zo’n man dan weer een klootzak blijkt te zijn, word ik weer meer bipolair.’ De onderzoeker vraagt: ‘Wordt u ook weleens zo boos in andere situaties dan in liefdesrelaties?’ Ze antwoordt: ‘Ja, mijn baas heeft me een paar keer helemaal manisch gemaakt door zich als een idioot te gedragen, en toen probeerde hij me erom te ontslaan!’

De in deze casus beschreven emo­tie­dis­re­gu­la­tie en woede-uitbarstingen passen bij de affectieve instabiliteit die wordt gezien bij een borderline-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. In plaats van afgebakende episoden van manie of hypomanie is de in deze anamnese beschreven instabiele stemming eerder een kwestie van een langdurig aanwezig patroon. De clinicus stelt vast dat sprake is van een patroon van een reactieve stemming, dat verschilt van bijvoorbeeld het patroon bij een depressieveof bipolaire-stem­mings­stoor­nis. Verder bepaalt de clinicus dat de stem­mings­toe­stan­den van voorbijgaande aard zijn en dat emotieregulatie een pervasief probleem is. Mevrouw Laan heeft al sinds haar hele adolescentie en als jongvolwassene te kampen met woede-uitbarstingen in relaties met vriendjes, haar moeder en haar baas.

Het is verwarrend dat mevrouw Laan termen gebruikt als manisch, manie en bipolair. De clinicus moet onderscheid maken tussen de DSM-5-criteria en de typering van haar ervaringen die patiënte zelf probeert te geven.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.